HomeDe historische beoefening der Nederlandsche letterenPagina 37

JPEG (Deze pagina), 804.21 KB

TIFF (Deze pagina), 8.35 MB

PDF (Volledig document), 30.24 MB

r
’ ‘ J
l
. 35
. I l
l pering mijner krachten veroorzaakte, - zal zij me in
staat stellen beter werk te leveren, ik hoop niet in
X gebreke te blijven. Reeds heb ik me voor onze Uni-
versiteit zij het dan, om zoo te zeggen, negatief ver- V
lv dienstelijk gemaakt in dit opzicht, dat niet ik maar r' 1
, mijn vriend Wijnne, wien het immers zoo veel beter
· is toevertrouwd, de vaderlandsche geschiedenis zal
ir doceeren; maar mijn ideaal zal dan alleen bereikt wor- P
á den als gij van mijn arbeid onder u zult kunnen ge- .
i tuigen wat, ,,parva si licet componere magnis", jacob
Y Grimm zegde van Savigny:1) ,,op zijn collegies leerde ,
ik ,,ahnen und begreifen was es heisze etwas studiren .
g zu wollen.""
_ En, wat u betreft, M. H. Studenten, die ik mijn j
l. leerlingen zal mogen noemen, mogen enkelen uwer mij i
toedenken wat Van der Palm zijn leermeester eenmaal ~’ J
heeft toegedacht. In de leven- en karakterschets van hem
deelt Beets mede 2), dat Van der Palm hem placht te
vertellen: ,,in mijn eerste jaar beduidde ik niet veel,
maar toen trok Schultens zich my aan, en ik dacht:
. ,,wacht professor, daar zulje plaisir van hebben." Het is
* · mijn oprechte wensch, dat gij, M. H., ook ,,pleizier" ·
moogt hebben van hem, die met de betuiging van zijn
, dank aan u allen voor uwe gewaardeerde tegenwoor-
i digheid zijne toespraak besluit.
+
') V. Raumer, t. a. pl., bl. 501.
Y 2; B1. 23.

4 l