HomeDe historische beoefening der Nederlandsche letterenPagina 34

JPEG (Deze pagina), 886.53 KB

TIFF (Deze pagina), 8.20 MB

PDF (Volledig document), 30.24 MB

ä i 32
schilderijtjes bezitten -, zonder zulke stemmen met
_ zelfgenoegzaamheid en verontwaardiging te willen smo- `
l ren als die van malcontenten en jantjes-contrarie, zou
ik toch raden onze letterkundige kunst niet los te maken ,
en nimmer las te zuéixm, van den vaderlandschen grond,
maar den draad vast te houden, en in geen geval de
hollandsche school, die nog voortdurend teekenen van j
T opgewekt leven geeft, dood te verklaren, want inder-
j daad ,,elle se porte assez bien", gelooft mij. "
En wat ’t letterlievend publiek aangaat: de diagnose
j van den kunstsmaak zal wel behooren vooraf te gaan, i
i wil de medicijnmeester de ware middelen aanwijzen ter '
loutering en veredeling. Ook blijkt, meen ik, reeds
l overtuigend, dat, evenals op het gebied van onze nij- {
verheid, desgelijks op dat van onze letteren de kennis
zoo van hetgeen wij alreede hebben verkregen als van
" hetgeen ons nog ontbreekt, eene macht was die werkte I
j ten goede.
’ Of begint niet het publiek den kunstenaar langzamer- ,
hand hooger eischen te stellen? Mag ik u herinneren
‘ aan de vertalingen van indische, grieksche, engelsche
classieken, van fransche tooneelstukken, door mannen
van geleerdheid en smaak, als aan evenzooveel gun-
j stige verschijnselen en goede voorteekens? En worden
ze ontvangen met onverschilligheid, of begint ons publiek .
veeleer de hand uit te steken naar dergelijke letter- . 'ï
vruchten van dan toch alles behalve practisch-didacti-
, schen inhoud?
Ligt ook in het rijk der fraaie letteren in het verleden
is het heden, in ’tgeen is ’tgeen worden zal, dan heeft Q
i de beoefenaar onze letterkundige geschiedenis, ook al i
j beperkt hij den kring van zijn onderzoek uitsluitend
i ·.
. ïj
i l