HomeDe historische beoefening der Nederlandsche letterenPagina 33

JPEG (Deze pagina), 930.61 KB

TIFF (Deze pagina), 8.19 MB

PDF (Volledig document), 30.24 MB

~ ` i ~ ` i ­ I ill
E- W F
si
* 31
dat de Nederlandsche letterkunde steeds heeft behou-
den, zoolang er nog eigen geest en leven in het Neder- ‘
lt landsche volk tintelde. Ook de zeventiende eeuw is er
vol van: niet slechts bij Huygens, Breederoo of Coster
worden wij er op vergast, maar het heeft zijn stempel
gezet op de meest populaire stukken van Hooft en
l_ Vondel zoowel als op de huiselijke tafereelen van Wes-
i; terbaen en De Decker, of de minneliederen van Luyken"1).
I Voorzoover ze de slotsom zijn van nauwgezet onder- ’
« zoek, mogen dergelijke beschouwingen worden aange- ·:
i merkt als de kroon van het werk, als waarmede de
j beoefenaar onzer letterkundige geschiedenis het gebied
L betreedt van hare wijsbegeerte, en zich ziet in staat
E gesteld wenken te geven voor richting en leven in het
rijk der fraaie letteren. Want ook de letterkundige ge-
schiedenis is immers, evenals de algemeene, gericht, i|
letterkundig gericht, beide voor kunstenaar en publiek? _ ·i
Of zoude het den kunstenaar onverschillig zijn te _
weten wat aanspraak heeft op den naam van nationaal i
kunstproduct, wat, voldoende aan de behoeften van ons
volk, blijkbaar geschikt voor ’t ,,milieu" - ’t woord is
van Taine 2) ­- waarin het leeft, te allen tijde, op elk ,
,,moment" van zijn bestaan, zijn kunstzin en kunst-
smaak bevredigde?
Zonder als een verstokt conservatief onze ,,luiden van
ig _ letteren" te willen binden aan den draad, die loopt · j
door onze geheele letterkunde, en de stemmen, die p
roepen om hooger poëzie dan die van liefde en min,
il haard en altaar, waarin wij overigens weergalooze
ka l) Gesch. zz'. nm'. Zeiicr/ë,, bl. II, 490.
U . 2) In de Z·7Zl‘7’0(l71l6`/Z·07Z op de Hèlvt. de Za lzïiérafure aug/aise.
K .
x/ i
/ .
i` e
k