HomeDe historische beoefening der Nederlandsche letterenPagina 22

JPEG (Deze pagina), 928.75 KB

TIFF (Deze pagina), 8.12 MB

PDF (Volledig document), 30.24 MB

ïl
20
worden bijgevoegd, ­- een en ander blijft, gedachteloos
nagebauwd, even zinledig als de kleurlooze epitheta
van schoon, bevallig, liefelijk, welluidend, zoetvloeiend
i , en dergelijke, waarmede de schoonheidsleer en aesthe- '
tische critiek van de oude plooi zich wel eens verge-
noegde en, dat was bedenkelijk, ons geen stap verder
bracht.
De tooneelstukken der engelsche comedianten, die Y
i in de laatste jaren der zestiende en de zeventiende eeuw l
ons land en Duitschland en Denemarken bereisden en
in de voornaamste steden voorstellingen gaven, behoo- ;
ren te worden gekend in aanleg, beloop, middelen van
dramatisch effect, taal en manier, zal de invloed van i
het engelsche theater op het onze, die vrij groot was,
naar eisch kunnen worden waargenomen en geteekend. °
Zoo ook met Seneca, den aangebeden treurspeldichter
van west-Europa na de herleving der oude letteren:
de beste caracteristiek zijner stukken kan niet ontslaan "
_ van de verplichting de Herculessen, de Thyestes, de
"' Medea ook zelf te lezen: want daardoor eerst wordt het
mogelijk ’t eigenaardige van Seneca’s trant, weer he-
melsbreed verschillend van de Engelsche wijs, als door
autopsie te ervaren en zijn invloed op ons tooneel, die
onberekenbaar groot was, na te sporen en aan te wij-
t S zen. Eindelijk de benaming ,,mantel- en degenstukken":
,,verba et voces", niet waar, doodgeboren klanken, `
indien ze niet worden verklaard en toegelicht door L
eene aanschouwelijke voorstelling van hetgeen specifiek
spaansch is in het drama der Spanjaarden, in tegen-
stelling van dat der Grieken en Franschen en Engelschen.
` Is wel van de inrichting onzer tooneelstukken uit het
l bloeitijdvak onzer letterkunde - ik denk aan de ver-
I