HomeDe historische beoefening der Nederlandsche letterenPagina 20

JPEG (Deze pagina), 953.76 KB

TIFF (Deze pagina), 8.08 MB

PDF (Volledig document), 30.24 MB

E
_ 18
letterkundig schilderstuk te bezweren uit het paneel te J
voorschijn te treden en in vleesch en been, in levenden
' lijve tot ons te komen en te spreken? ¢
N Eene studie even bekoorlijk als noodzakelijk: behoef
ik u te herinneren aan de Reinaert-stndien van de laatste
jaren, waardoor, ’t zij in het voorbijgaan gezegd, de lj
onderstelling van Grimm aangaande diersage en dier- Q
. epos bedenkelijk wordt ; aan de Graal- en Merlijn-studiën; ll
aan het jongste nieuws over den oorsprong der grond- _ V
stof vanronzen Theophilus 1) , en van de sproke ,,Van I
eenen verwaenden coninc"?2) _ _
Dan genoeg, naar ik me vlei, over de kennis der i
grondstof van onze letterkundige kunstvoortbrengselen ii
als onmisbaar tot recht verstand ervan, en tevens aller- l
belangrijkst ter richtige waardeering van de verdiensten
der kunstenaars. lj]
Met het onderzoek naar de herkomst der stof ga ge- l
paard dat naar den trant van bewerking der producten.
Ik bedoel naar de wijze van uitvoering, de manier`, de
school. Daarmede doet de beoefenaar der letterkundige = ,¥
. geschiedenis eene goede schrede voorwaarts en betreedt _
het terrein der rangschikking, der classificatie. Eene _
goede, maar eene moeilijke. Want daarbij denk ik niet
zoo zeer aan de hoofdlijnen,. de scherp afgebakende , ‘
grenzen van lier- en leerdicht, van waarachtig kunst- l
voortbrengsel en berijmd proza, maar aan classisch en ~
romantisch, aan de italiaansche, engelsche, fransche,
1) Zie Theodor Zahn, Cyprian van Am‘z'0c/zz'ë1z und die dezxisc/ze {
n Fawisage, (Erlangen, 1882).
’) Kausler, Denkmaler, III, bl. 204 en vlgg.: verg. Hermann ,
Varnhagen, Ein z'1zzz’i.vches Märchen auf seincr Wamlerung {Zure/z zz’z`e i
asiatzlvc/zen und ezzrapeiise/mz ZLz'z‘z‘erezZm~m, (Berlin, 1882). ·
i X

nl