HomeDe historische beoefening der Nederlandsche letterenPagina 18

JPEG (Deze pagina), 928.32 KB

TIFF (Deze pagina), 8.20 MB

PDF (Volledig document), 30.24 MB

. E l `
ri
li? {
l { 16
den tooverstaf zijner fantasie en de droevige werkelijkheid i l
j herschapen tot echt tragische verdichting, dan zal hem W,
de hulde van het genie niet mogen worden onthouden.
gi Bovendien, ook voor de beoordeeling der economie van i
een drama, en voor het antwoord op de vraag, waar- çï
door ons vaderlandsch tooneel van vroeger tijd den i
naam van nationaal wel verbeurde, is, meen ik, de
,.i, kennis van de herkomst der tragische stoffen niet ge- i
heel overbodig: doch daarover weide ik niet uit.
Wat het kunstepos betreft, de bronnenstudie moge I.
daarvoor niet dan betrekkelijke waarde hebben voor
de gasten, de koks kunnen er zich niet aan onttrek- l
gi ken. Want, indien de letterkundige geschiedschrijver ,
ig, scheiding heeft te maken tusschen de bokken en de il
Dit schapen, en aan te wijzen wat eigene, wat geleende i
» veeren zijn, m. a. w. of de stof den dichter dan wel
de dichter zijne stof beheerschte; en, indien de goede l
klank van ’s kunstenaars naam minder afhangt van de
ts . . . . .. . l
schikking dan van de vinding, zijne beteekenis alzoo ‘
grooter is naarmate hij minder optreedt als beschrijver
en verhaler dan als schilderaar, dan mag hij zich van
het vergelijkend onderzoek van het ruwe erts en het
afgewerkte beeld niet afmaken. Zelfs over eene ondeu- .
j gende vraag als die van Potgieter 1) , ,,of het ons bij zeker j
schelden op Klopstock’s droomgebulk niet soms zwaar L ‘
_ valt het vermoeden te weren, dat wij den Ondergang
der Eerste Wareld ten deele aan het oordeelloos toe- al
wijzen van den epischen lauwerkrans aan dien duitschen *
dichter zijn verschuldigd", mag hij niet heenlezen, I
» c ‘
1) Ver.¢rez`a'e en nage/alen werken, aanhangsel ,sZzm’ie‘n en reke/sen, i
n, b1. I25. W
lv!­" `
· 3
ik ·"
W
ll . ff ¤; a