HomeMeer vee op het weidebedrijf met kunstmestPagina 5

JPEG (Deze pagina), 1.48 MB

TIFF (Deze pagina), 11.97 MB

PDF (Volledig document), 15.53 MB

j Zoo adviseerde de Rijkslandbouwconsulent voor Utrecht reeds in Mei en Juni 1926, in het
Utrechtsch Landbouwblad, een graslandbemesting met fostorzuur en kalizout, gevolgd door een
stikstoibemesting in het voorjaar en zomer, wat een uitgaat vereischte van i f70.-. De Rijks-
landbouwconsulent voor Friesland adviseerde, in het Friesch Landbouwblad van 30 Juni 1928,
een bemesting met kunstmest op grasland ter waarde van f 90.- à f 100.- per H.A.
Vergelijken wij hiermede de bovengenoemde uitgaven voor kunstmest, zoo kan iedereen vaststel-
Ien, dat -
I het kunstmestgebruik op grasland in vele gevallen zoo goed als niets bedraagt, terwijl de uitgaat
5 hiervoor niet veel lager mag zijn dan het hiernaast genoemde bedrag, voor veevoeder uitgegeven.
X De veestapel kan zoowel door het aankoopen van veevoeder als door het aankoopen van kunst-
mest worden opgevoerd. Door het aankoopen van meer veevoeder wordt de voeding echter steeds
duurder en onnatuurlijker; het gebruik van meer kunstmest daarentegen doet den grasgroei toe-
nemen. Het verlengt den weidetijd, geeft aan het vee een natuurlijker en gezonder voeding, die
op deze wijze ook goedkooper wordt. I
De ammolliakstikstofmest is nu ongeveer 1/3 goedkooper, het veevoeder ongeveer 11/2 maal ZOO
duur als vóór den oorlog.
De veehouders moeten nu door een verhoogd kunstmestgebruik meer eiwitrijk voedsel, in den
vorm van gras en hooi, zelf op hun land winnen.
Op welke wijze kan veel hooi gewonnen worden, veel gras gemaaid en kan veel vee op de weide
gedreven worden?
Wij laten nu den Rijkslandbouweonsulent voor Utrecht aan het woord en nemen een en ander over
uit zijn artikel in het Utrechtsch Landbouwblad van 14 Mei 1926:
MODERNE HOOIBOUW.
,,W.ie prijs stelt op veel voedzaam hooi 1) van prima kwaliteit, waarvan de koeien slechts een matige hoeveelheid
kunnen eten en een vroege, ruime naweide, moet zwaar en rationeel mesten, waarbij ook de stikstof niet wordt
vergeten; __
kan niet volstaan ·met de eigengewonnen stalmest, rnaait reeds als het gras oppervlakkig gaat strijken, wat op
zwaar gemest land reeds in de tweede helft van Mei het geval is; __
wacht dus niet totdat havergras en witbol in vollen bloei staan of reeds beginnen te rijpen;
droogt het gras zoo noodig op ruiters of kuilt bij aanhoudend slecht weer in; _ _
. . geeft aan de naweide van land, dat vold-oende fosforzuur en kali in den winter ontving, nog een overbemestzrzg
' met stikstofmest. __
Op voorgeweid land valt de hooioogst natuurlijk later. Wie land heeft, dat voorweiden slecht verdraagt, moet zijn
_ weiland zóó bemesten, dat voorweiden van het hooiland slechts bij hooge uitzondering noodig 1s."
i 1 De hoogste hooiopbrengsten van de beste qualiteit en een vroege, ruime naweide verkrijgt men
met de volgende bemesting:
, I. BEMESTING VAN HOOILAND.
j Met stalmest (per H.A.). { Zonder stalmest (per H.A.).
- t' .
ï . _ S Stalmest of glêï l 500 KG. Slakkenmeel of superfosfaat;
_ [ In den winter- 400 K.G. Slakkenmeel of superfosfaat 590-800 K_G_ Kgjjzout 20 9/O
_ l , i 400-600 K.G. Kalizout 20 0/0 l
° V Begin Maart: i 200 K·G· ZWï1V€lZUY€ A1T1mO¤l9·k of 200-300 K.G. Zwavelzure Ammoniak of
, i j 150 K.G. Leunasalpeter BASFG-40 K.G.Sxikswf) l5Q_225 K_G_ Lgujjasajpgtgy BA5F
’ ­` 1<.‘.sas0r)
; voor de ze 50-75K.G.Ureum BASF of 50-75 j<_ç;_ Urgum BASF( O? bo G HH
l Suede? 150-225 K.G.Kall<salpete1‘ jl 20-35 k,c;, sirkswsy 150-225 K.G. Kalksalpeter <->zo­ss x<.c.sm<s«0r;.
· VOOF CCD VI‘OE‘.g€ naweide. VOOY CCD VI‘O€gC U3.W€id€.
, 1) Enkele cursiveeringen van ons. j _ _ _ _
A 3