HomeDe duinwaterleiding van 's-Gravenhage (in exploitatie sedert 24 October 1874)Pagina 6

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 8.76 MB

PDF (Volledig document), 26.98 MB

4
nog eenige jaren een afwachtende houding meende te moeten
aannemen. `
Op 9 September van dat jaar richtten een lid van Gedepu-
teerde Staten van Zuid-Holland, jhr. A. L. vAN HETEREN
Gnvnxzs, de vice-president van de11 Hoogen Raad, jhr. B. vAN
mia VELDEN, en een hoofdingenieur van den Waterstaat, de
reeds genoemde J. A. BEIJERINCK, zich tot den Raad, wijl
met het oog op den toestand in deze stad, de overtuiging bij hen
ontstaan is van de hooge wenschelijkheid om evenals in zoovele
steden van grooteren en kleineren omvang, ’s-Gravenhage te doen
deelen in het voorregt van aanvoer, in- en verspreiding door de
stad van versch, zuiver water ter voorziening zoowel in publieke
dienst als in particulier gebruik.
Hun verzoek om een voorloopige concessie wordt op den
voet gevolgd door een zelfde aanvrage van mr. TH. VAN SToLK,
J. B. MAXw1LLs en I-I. L. Tnoosr, van wie in ’s Raads vergade-
ring van 15 September d.o.v. een adres van dezelfde strekking
ter tafel komt. Vüselijk vereenigen zich de beide combinaties,
met het gevolg, dat hun op 8 December van hetzelfde jaar
toezegging wordt gedaan betreffende het geven van een con-
cessie voor den aanleg en de exploitatie van een duinwater-
leiding, mits de plannen vóór 1 November 1864 zullen aange-
boden en de waterleiding vóór 1 November 1868 in werking
gekomen zal zijn.
Met eenig uitstel dienen zü op 19 December 1864 hun plan-
nen in. De prise d’eau wordt gekozen in de uitgestrekte zande-
rüen ten W. van den Loosduinschen straatweg en men gaat
uit van een voorziening op den grondslag van ,,honderd kan
per inwoner of 10.000 teerling ellen per etmaal voor de
gansche toekomstige bevolking (gesteld op 100.000 inwoners) "
te verspreiden ,,onder een drukhoogte van 30 el of drie damp-
kringen", gemeten in een standpüp nabü het Pompstation.
Maar de plannen zün naar het oordeel der commissie van
fabricage zoo onvolledig en vaag en de verdere uitwerking '
vlotte zoo weinig -- de eerste combinatie, waarvan J. A.
BEIJERINCK deel uitmaakte, had zich inmiddels teruggetrokken
- dat de Raad in zün vergadering van 24 April 1866, overee11-
komstig het praeadvies van Burgemeester en Wethouders, met
op twee na algemeene stemmen besloot, de onderhandelingen
met de overgebleven concessionarissen af te breken, als geen
uitzicht gevende op bevredigende resultaten. Tevens droeg de
Raad aan Burgemeesters en Wethouders volgens hun voorstel
op, met den meesten spoed het noodige voor te bereiden tot
het uitschrüven van een openbare mededinging, volgens door
den Raad vooraf vast te stellen voo­rwaarden.
Met deze voorwaarden als leiddraad aan het werk getogen,
waren zes gegadigden reeds vóór het einde des jaars (1866)
in staat hun voorstellen bij het gemeentebestuur i11 te dienen.
Bm1J1¤R1Ncx, namens den Raad aangezocht om ter zake als
l