HomeDe duinwaterleiding van 's-Gravenhage (in exploitatie sedert 24 October 1874)Pagina 5

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 8.70 MB

PDF (Volledig document), 26.98 MB

3
` van de riolen, of dat het water der grachten daarin door-
dringt en zoozeer met vreemde stoffen is bezoedeld, dat de
werking van de11 bodem onvoldoende is om het water te
zuiveren?
En aa11 de Cholera-commissie VRI] 1866 berichtte de Burge-
meester va11 ’s-Gravenhage, jhr. 1nr. F. G. A. Gnvnns Dnmnoor,
in antwoord op de vraag 11aar de soort en de geaardheid van
het door de ingezetenen gedronken water:
Vrij algemeen welwater, zelden regenwater of slootwater. Het
welwater is in het midden der stad, op het hooge gedeelte, waar
zandgrond is, zeer goed van smaak en helder; de helderheid neemt
af naarmate men het nieuwe gedeelte der stad nadert en in het
gedeelte waar veengrond is, namelijk in den Benoordenhoutschen­
polder, Veenpolder, Kleine Veentje, Noord- en Zuiderpolder, is
j het water veelal troebel of geel en stinkende.
S Zoolang men over de wenschelijkheid e11 noodzakelijkheid
handelde, heeft men begeerig het oog gericht llä3.1’ de duin-
terreinen, te11 N .W. van de gemeente.
Na de geriefelijkheid e11 aantrekkelijkheid eener centrale
` drukwaterleiding te hebben beschreven, laat dr. SCHICK
(1852) daar eenigszins aarzelend, met het oog op Den Haag,
op volgen:
Misschien zoude het wel der moeite waardig zijn te beproeven
of eene of meerdere putten in de duinen te graven, 11iet een vol-
doende hoeveelheid water voor ’s­Gravenhage zoude opleveren.
j Toch werd 11iet uitsluitend aan de duinen gedacht. Ee11 der
» vele pla1111e11111akers, de Haagsche l1l(lllSllI‘1C€1 M. Vinnnme J rx.
stelt boven een dui11­prise d’eau het alternatief van water-
« onttrekking uit den Rijn bij Katwijk. En Vàll meer beteekenis
was, dat de bekende inspecteur van de11 Waterstaat J. A.
Bm1JnmNc1<, 11a aanvankelük (in 1863) aandeel te hebben gehad
i11 voorstellen o1n te ko111en tot ee11 duinwaterleiding voor Dêll
Haag, later in 8611 Nota (van September 1866), door hem als
lid der reeds genoemde choleracommissie opgesteld, mee11de te
moete11 aa1111emen, dat het voor die gen1eente beschikbare
duinterrein 11iet VOl(l0€1l(l€ oppervlak had 0111, ook i11 droge
tijde11, genoeg water op te levere11. Om die reden gaf hij de
voorkeur aan een prise d’eau älïlll den rechteroever der
Nieuwe Maas, onmiddellijk boven de Plantage te Rotterdam,
welk denkbeeld, als onderdeel van het reeds vermelde pla11
van VAN nm: TAK en Rosn, later voor Rotterdam tot verwezen-
liiking is gekomen. Het trekt daarbij de aandacht, dat
Bmminnck die prise d’eau behalve voor Rotterdam (611 Delfts-
haven) ook wilde die11stbaar maken voor Schiedam, Delft en
’s-Gravenhage, met een bevolking Väll destijds te zamen rond
250.000 i11woners.
De bemoeiingen Vïtll den gemeenteraad met de aa11gelegen­
heid ee11er ce11trale watervoorziening vangen in 1863 aan, zij
het dat 1nen, naar den aard der tijden en der omstandigheden,
l
F, 4
4 jl
l
1 g V, _______________ .Al