HomeDe duinwaterleiding van 's-Gravenhage (in exploitatie sedert 24 October 1874)Pagina 4

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 8.70 MB

PDF (Volledig document), 26.98 MB

.!/ "

zt!

ti
2
sluitend tegemoet kwa1n aan de behoeften van de destüds, `
ggl vóór het graven van het Noordzeekanaal, nog drukke scheep-
(L j vaart en aan die van het Marineétablissement (Op 1 Januari
1901 ging de onderneming in handen van de Gemeente over).
Rotterdam overwoog al sedert omstreeks 1840 een voorzie-
;i_ ning met drinkwater vooral van de polder- en binnenstad,
maar ook van voor stroom liggende schepen. Nadat een con-
i`«( cessie, op 31 Augustus 1865 aan J. F. METZELAAR verstrekt,
niet het gewenschte gevolg had wegens onvoldoende belang-
cj stelling der financieele kringen, besloot de Raad op 13 October
1869 over te gaan tot een gemeentelijke drinkwaterleiding,
volgens het ontwerp van O. B. VAN mm TAK, directeur, en
¥j XV. N. Rosm, ingenieur-adviseur der gemeentewerken. De tot-
li standkoming van dit bedrijf, op 1 October 1874, werd vóór
eenige dagen herdacht. j
Overzicht van wat aan den bouw voorafging.
« .
Ongeveer gelijktüdig met Rotterdam kwam ook in Den
Haag de aangelegenheid der drinkwatervoorziening aan
‘ de orde.
Was het oudste deel der bebouwde kom van ’s-Gravenhage
,_j op hoogere zand- en geestgronden aangelegd, later breidde die
Yi` kom zich o. m. naar het Z.W. uit, en vormden zich polder-
wijken onder uit een oogpunt van volksgezondheid ongunstige
` omstandigheden, zoodat naar schatting van dr. J. W. Sci-nok »
lg in zün beschouwingen ,,Over den Gezondheidstoestand van
l ’s-Gravenhage" (1852) destüds van de totaal bijna 66.500 in- «
f, woners (behalve Scheveningen) een aantal van 10.000 à 11.000
1 in lage polders woonachtig was, zonder dat men ter plaatse
;j de voorzorg genomen had de veenlaag te verwüderen of het
gi bouwterrein 1net zand op te hoogen, zonder ook voorzieningen
l te treffen voo-r de noodige afwatering en loozing van afval-
il stoffen. Het rioolstelsel, 11iet alleen in den ouderen aanleg,
ll maar ook in de nieuwere constructie was, gelük de reeds
genoemde dr. Pons KooLHAAs in 1865 betoogde, zoodanig, dat
( door de ondichtheid der wanden en den gebrekkigen afvoer
jj van faecaliën e. d. de verontreiniging Väll den bodem en
‘ het bederf van het z.g. ,,welwater" bevorderd werd. Het
( dempen van grachten, welke door de zeer onvoldoende water-
1 verversching - mede als gevolg van de verhooging van
Delfland’s boezempeil - vooral in het tweede kwartaal der
( vorige eeuw niet anders dan open riolen geworden waren,
( verergerde den toestand van den bodem nog meer. _
) ,,Meer dan de helft der inwoners", zoo schreef dr. Somcx
in zijn reeds aangehaalde beschouwingen van 1852, ,,drinkt
slecht en ongezond water, en vele wellen zün er, die meer en
meer bederven, omdat zij niet genoegzaam afgescheiden zün
J
P
[
l (
f
J
2