HomeDe duinwaterleiding van 's-Gravenhage (in exploitatie sedert 24 October 1874)Pagina 25

JPEG (Deze pagina), 966.49 KB

TIFF (Deze pagina), 8.62 MB

PDF (Volledig document), 26.98 MB

i 23
j De uitbreiding van het stadsbuizennet hield uiteraard ver-
band met de toeneming van het aantal aangesloten perceelen.
j Van 65.300 m, bij het begin der exploitatie, is het tegen-
jj woordig (gerekend naar den toestand op 1 Januari van dit
jaar) op een totale lengte van 405.000 in gekomen. Het aantal
aangesloten perceelen steeg van 3.316 op 1 Mei 1875 tot
ä 90.373 op 1 Januari 1924.
E De verbinding Väll h·et Ponipstation met het stadsbuizennet
! werd aanvankelijk -door een persbuis van 18", gelegen in den
j Pompstationsweg, tot stand gebracht. Geleidelijk was ver-
1 sterking daarvan noodig, zoodat tegenwoordig in dien weg
j persbuizen van 18", 20”, 22" en 30" ·de voeding van het voor-
1 zieningsgebied bewerkstelligen, terwijl de verbinding met
g Scheveningen via -d-en Harstenhoekweg wordt onderhouden
door persbuizen van 10" en 12" wij-dte.
j
Maatregelen tot beperking van het water-
Q gebruik
? Kon boven met voldoening worden vastgesteld, dat het be-
drijf gedurende zün vijftigjarig bestaan in de waterwinning
·j nooit te kort geschoten is, toch is men er van den aanvang af
al steeds op bedacht geweest dat het watergebruik de grenzen
E der redelüke behoefte niet te ver overschreed.
j Natuurlük is daarbij het eerst te denken aan de toepassing
g van watermeters, Met de meer stelselmatige invoering daar-
$ van maakte men in 1898 een begin. De grafiek, fig. 11, geeft
j aan dat het gebruik van meters sinds het laatstgenoemde
ç jaar in belangrijke mate is uitgebreid en, na eenigen terug-
i gang vanwege den oorlogstoestand, opnieuw sedert 1919, en A
van toen af in versterkte mate, i-s toegenomen. Het aantal
{ watermeters bedroeg aan het einde van het voorgaande jaar
1 53.639.
Met ·de regelin·g van den waterdruk in het stadsbuizennet
- reeds vóór de invoering van contrólemeters, t. w. sinds
j 1886 - werd in dezelfde richting gewerkt, om te verkrijgen,
dat het onvermijdelijk verlies door lekkage en door langer dan
[ noodig openstaan-de kranen zooveel mogelijk werd beperkt.
i Daartoe was ook dienstig, al werd er voornamelijk brand-
Q stoffenbesparing mede beoogd, dat men, van 1897 af, de be-
) schikking had over een tweede torenreservoir, dat beneden
in den toren ingebouwd is (fig. 12). Reikt het oudste reservoir .
i met een nuttigen inhoud van 1000 m3 tot 39 m -|­ D. P., het ·
0 lagere reservoir, met 1200 mg capaciteit heeft een hoogsten
‘ waterstand van 28.40 in ­j- D. P.
§ Rekening houdend met de hoogte, waarop de verschillende
deelen der stad gelegen zijn en die afwisselt tusschen 11.90
i en 0.35 m -j- D. P., zijn twee drukzónes, met de beide reservoirs
j als uitgangspunt, gevormd. Tevens is de voorziening gemaakt
l
J
i
J
ë
1
A