HomeDe duinwaterleiding van 's-Gravenhage (in exploitatie sedert 24 October 1874)Pagina 23

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 8.62 MB

PDF (Volledig document), 26.98 MB

21
Weliswaar bleef de methode van bezinking en filtratie tot
zuivering van het water gehandhaafd, in de latere jaren bleek
l echter wenschelijk het ruwe water meer gelegenheid te geven
tot oxydatie door=’ opneming van zuurstof der lucht. Die
j gelegenheid bestond al dadelük in het open kanaal, voor zoo-
ver dit niet in gesloten draineerleidingen was omgezet, maar
werd later nog uitgebreid door zeer eenvoudig, in hout ge-
? construeerde cascades, aangebracht ter plaatse waar de pers-
j leiding der filterpompen eindigt en door den aanleg van
z.g. ,,omloopgoten", waardoor het water over een afstand van
omstreeks 1000 in naar de inlaatopening der verschillende
filters stroomt. Vooral de bovenbedoelde cascades zün zeer
werkzaam gebleken.
j VVaren aanvankelijk, zooals reeds werd medegedeeld, een
j drietal zuigputten aanwezig, waarin het gefiltreerde water
1 afvloeide, later was meer bergruimte daarvoor noodig, en
i werden de beide oudste filters zoodanig herbouwd, dat onderin
i twee reinwaterkelders in beton geconstrueerd en daarboven
j twee nieuwe filters ingericht werden. Aan deze beide kelders
à met ee11 nuttigen inhoud van 3000 en 6000 1113, werd laatstelijk
j in 1918 een derde overdekte kelder zonder bovenbouw, in
gewapend beton uitgevoerd, waardoor de voorheen beschik-
L bare bergruimte van, bijeengenomen 9000 ing, werd uitgebreid
met een capaciteit van ruim 6000 m3 tot een totaal van
; 15000 mg of vijfmaal zooveel als tegenwoordig het gemiddeld
watergebruik per uur bedraagt.
Het pompstation in zijn tegenwoordigen aanleg geven fig. 9
in plattegrond (vergelijk fig. 2) en fig. 10 in vogelvlucht.
j Van hetzelfde stelsel als de twee in 1874 in het bedrijf op-
genomen balansmachines, werden achtereenvolgens in 1882,
j 1894 en 1902 nieuwe stoonipompwerktuigen opgesteld. Naar
i behoefte werden natuurlijk ook nieuwe ketels bijgebouwd.
Doordat elk dezer machines gelüktijdig de lage-druk- en de
hooge-drukpompen drüft, kon men den aanvoer van ongefil-
l treerd- en den afvoer van gefiltreerd water wegens den
t ongelijkmatigen afvoer naar de stad niet voldoende in het
· juiste verband regelen en dus ook den waterstand op de filters
p niet voldoende beheerschen, hetgeen in strijd is met een goed
j filterbedrijf.
t Om dit euvel weg te nemen, werd in 1915 een electrisch ge-
j dreven lage-druk-centrifugaalpomp in dienst gesteld. Ook
l werden sinds dat jaar, ter versterking van het bestaande ·
E stoompompvermogen, drie eveneens electrisch gedreven hooge-
druk-centrifugaalpompen in het bedrijf opgenomen.
Al sedert geruimen tijd was gebleken, dat de nieuwere
j techniek in staat was pompmachines te bouwen, die met
1 minder exploitatiekosten konden werken dan met de balans-
j machines het geval is.
4
4
4
l
4