HomeDe duinwaterleiding van 's-Gravenhage (in exploitatie sedert 24 October 1874)Pagina 19

JPEG (Deze pagina), 0.95 MB

TIFF (Deze pagina), 8.60 MB

PDF (Volledig document), 26.98 MB

17
ten behoeve van brandblussching. Bij het groote aantal van
zulke putten - in de jaren 1889 en 1890 reeds 14 stuks -
4 onder zün toezicht aangelegd, was STANG, na eerst horizontale
; draineerleidingen, als in den watervang, te hebben toegepast,
§ er toe overgegaan, in plaats daarvan, een stel bronnen te
§ bouwen van 2” gegoten üzeren buizen met omhullingen van
F schelpen en rivierzand en deze bronnen te verbinden door een
{ horizontale 4” zuigleiding.
? Deze practük leidde in volgende jaren tot een combinatie
j van horizontale en verticale drainage voor de watervang.
Daardoor kon niet alleen de grondwaterspiegel worden ver-
laagd, maar was het mogelijk de horizontale leiding zonder
waterbezwaar op een grootere, dus voor wateronttrekking
3 voordeeliger diepte aan te leggen, terwijl ook kostbare ontgra-
X vingen konden worden vermeden. Sinds 1898 werden voor die
bronne11 uitsluitend vertind koperen buizen gebruikt, met een
è middellijn van 70 à 75 mm en reikende tot een diepte van aan-
j vankelijk 10 a 15 m - D. P., later meer. Het water, dat door
i deze bronnen, bij afpomping van den grondwaterstand, op-
; welde, bleek van voortreffelüke hoed znigheid te zün, zoodat
men daarin voldoende vertrouwen verkreeg om er voor de
wateronttrekking blijvend en stelselmatig voordeel van te
trekken.
Tot regelmatige toepassing daarvan kwam het vanwege
j het waterbezwaar, dat 1nen in het voorjaar van 1900 begon te
` ondervinden bij den aanleg der draineerleidingen op diepten,
1 gaande tot 5.50 m - D. P.
{ Sedert dien werden in de hoofdader en in de spranken,
i welker totale lengte thans rond 15 km bedraagt, ruim 400
bronnen ingespoten, welke meerendeels tot een diepte van
. 17.5 à 20 m - D. P. reiken en aan de horizontale draineer-
¤ leidingen gekoppeld zijn. De constructie der bronnen, gelijk
j nog tegenwoordig in hoofdzaak gevolgd, is voorgesteld in
E fig. 8 (zie plaat I).
l Met deze horizontale en verticale drainage werd verkregen
dat, zelfs in vrij langdurige perioden van geringen neerslag,
de watervoorziening der gemeente ongestoord kon plaats
j hebben.
3 Behalve de bovenbeschreven draineerwerken werd in de
g jaren 1907 tot 1913 een z.g. transportleiding, ongeveer 5()00 in
lang, naast de hoofdader aangelegd en daarmede op regel­­
matige afstanden in verbinding gebracht. Met deze transport-
j leiding, op een diepte van ruim 4 1n - D. P. in het open
i kanaal uitmondende en aanvankelük in gegoten ijzer, later
in gewapend beton uitgevoerd, met diameters van 0.70 tot
1 m, heeft me11 bereikt, dat de afvoer van het water, uit het
P verder verwijderde deel van het wingebied onttrokken, met
M minder verhang kan plaats hebben, zoodat ook de drainage
· à
L