HomeDe duinwaterleiding van 's-Gravenhage (in exploitatie sedert 24 October 1874)Pagina 15

JPEG (Deze pagina), 938.37 KB

TIFF (Deze pagina), 8.72 MB

PDF (Volledig document), 26.98 MB

1
l
13
Het water, door dit open kanaal vrij gekomen, werd na
bezinking aan langzame zandfiltratie onderworpen.
Een bezinkingsreservoir van ongeveer 2 m diepte en in den
bodem, gelegen op 5.05 m JF D. P., 101 m lang en 44 m breed,
werd zoo hoog aangelegd, dat het vrije loozing had op elk der
j twee daarnaast gebouwde zandfilters, waarvan de bodem op
i 2.75 m -|- D. P. was gesteld. Zie de fig. 2 en 3. Deze filters,
in plattegrond vierkant, verkregen afmetingen van ruim
37.5 m in den bodem en van 50 m ter hoogte van den beganen
grond op 7 m -|- D. P.
Van den aanvang af was er door WALnonr op gerekend, dat
het open­kanaalwater door middel van lage-drukpompen naar
het bezinkingsreservoir kon worden opgevoerd. Deze voorzie-
ning maakte het in volgende jaren mogelijk den verzamelput
extra­diep af te pompen, wanneer verlaging van het kanaal-
waterpeil voor de tot-stand­koming van wijzigingen en uit-
breiding der waterwinningswerken noodig was.
Het gefiltreerde water vloeide af in z.g. zuigputten, waaruit
het door de torenpompen onder voldoenden druk werd opge-
voerd.
Het torengebouw, op het terrein van het Pompstation op-
gericht, werd voorzien van een in ijzer geconstrueerd reservoir
(zie fig. 4).
Twee balans-compoundmachines met een gemeenschappelijke
krukas en een vliegwiel van 7.40 in middellijn brachten elk
twee dubbelwerkende filterpompen en twee enkelwerkende
torenpompen in beweging (en zijn nog geregeld in dienst).
Fig. 5 geeft een verticale doorsnede over het oorspronkelijke
machinegebouw en fig. 6 stelt een machine voor, welke, of-
. schoon in 1894 ter plaatse opgesteld, van hetzelfde type is
als de beide oudste. Deze brengen bij 12 oinwentelingen per
minuut elk 460 ms per uur op.
* Vier Lancashire-ketels leverden sto0n1 onder een druk van
g slechts 39; à 4 atmosferen.
l Met het aldus, wat de hoofdzaken betreft, ingerichte bedrijf,
j begon op 24 October 1874 de centrale watervoorziening der
j stad, onder directie van Tu. STANG.
Wijzigingen en uitbreidingen sedert den
· aanvang der exploitatie.
Het spreekt vanzelf dat, behalve de uitbreidingen, welke
sinds het in-bedrüf-stellen der waterleiding noodig waren
tengevolge van het toenemend gebruik, ook wijzigingen in
den oorspronkelijken aanleg, van meer of minder belang, tot
stand werden gebracht.
Van de meest ingrüpende beteekenis waren in dit opzicht
wel de wüzigingen in de Waterwinning.