HomeDe duinwaterleiding van 's-Gravenhage (in exploitatie sedert 24 October 1874)Pagina 11

JPEG (Deze pagina), 914.27 KB

TIFF (Deze pagina), 8.71 MB

PDF (Volledig document), 26.98 MB

9
te houden, totdat de uitslag zal zijn gebleken van de genomen
en 1lOg op uitgebreide schaal te nemen proeven met de Norton-
pompen"‘vond op 25 Januari 1870 in den Raad een, zij het
kleinst mogelijke, meerderheid.
Een beslissende wending bracht eerst, ruim anderhalf jaar
later, in de Raadsvergadering van 26 September 1871, de be-
handeling van het denkbeeld van 1nr. A. nn Pmcuo, wiens naam
in de geschiedenis der Duinwaterleiding met eere dient ver-
meld te worden, en die, nadat eenzelfde poging in 1866 hem
mislukt was, er toen in slaagde zün reeds in 1869 ingediend
voorstel, om de duinwaterleiding voor rekening der gemeente
te doen aanleggen, een meerderheid te bezorgen.
Kort daarop ontvangt J. A. A. WALnonP, hoofdingenieur bij
de Staatsspoorwegen, opdracht zich met de samenstelling van
een plan en met de leiding van den aanleg der werken te
belasten, en worden hem de bouwkundige Bnouwmn en de
ingenieur TH. STANG, de laatste met ingang van 15 Januari
1872, toegevoegd.
Reeds op 16 Juni van dat jaar verschijnt de wet ,,betref-
fende het uitgeven in erfpacht aan de gemeente ’s-Gravenhage
van Rijksduingronden, benoodigd voor den aanleg eener duin-
waterleiding ten behoeve dier ge1neente".
Had ’s Raads voorzitter, in de vergadering van 17 Juli 1866,
toen het voorstel-De Pinto voor de eerste maal in behandeling ‘
kwam, zich tegen aanleg van gemeentewege uitgesproken,
omdat particulieren z. i. veel spoediger werkten dan de stad
of de Staat, in het jaarverslag van 1874 vermelden Burge-
meester en Wethouders met erkentelükheid, dat WALnoRP van
den termijn van drie jaren, hem voor de11 bouw toegestaan,
niet ten valle had behoeven gebruik te maken.
Op 7 September 1874 kon het buizennet op dichtheid be-
proefd en als geheel in orde opgeleverd worden.
Plan-YValdorp en uitvoering der werken in
g eersten aanleg.
Het pla11-Waldorp omvat een open kanaal ruim 5.5 km
lang, door dammen, voorzien van duikers, verdeeld in vijf
panden, van ongelijke lengten, waarvan het benedenste reikte
tot den Harstenhoek, in de nabijheid waarvan het Pomp-
station was geprojecteerd.
Het tracé van dit kanaal komt overeen met dat der tegen-
woordige hoofdader (zie de situatie, fig. 1) en was uiteraard
zoo gekozen, dat het de laagste deelen van het duin volgde en
daarbij tevens over voldoende gelegenheid tot grondberging
kon worden beschikt.
Eenige bijzonderheden betreffende dezen aanleg geeft de
volgende staat.
s
l