HomeEncycliek van onzen Allerheiligsten Vader Paus Leo XIIIPagina 19

JPEG (Deze pagina), 564.30 KB

TIFF (Deze pagina), 4.24 MB

PDF (Volledig document), 20.34 MB

17
wordt, noch onverzettelijk vaststaat. Want zij ver-
helen niet, dat de leer over God bij hen de hoofdbron
en oorzaak van oneenigheid is; ja, men weet zelfs,
dat vóór niet langen tijd juist over dit punt een
niet onbelangerijke strijd tusschen hen is uitgebro-
ken. Inderdaad echter laat de sekte den leden!
groote vrijheid, zoodat de eene met even goed recht
j het bestaan van God verdedigen als een ander dit
loochenen kan; de verklaarde godloochenaars worden
even gemakkelijk opgenomen als zij, die een God
Mh aannemen, maar over Hem valsche begrippen vormen,
gelijk de pantheisten. Dat is echter niet anders
dan een ongerijmd schijnbeeld van de Godheid
behouden en de waarheid. opofferen. Waar eenmaal
dit stevige fundament ondermijnd en verwoest is,
{_ moet natuurlijk ook datgene wankelen, tot de er-
kenning waarvan de natuur zelve voert: dat alles
ai, door den vrijen wil van God geschapen is; dat de
wereld door Gods Voorzienigheid wordt bestuurd,
dat de ziel nimmer sterft, dat op dit aardsche
leven der menschen een ander eeuwigdurend leven
volgt.
Zijn evenwel eenmaal deze waarheden prijsgege­
ven, welke als de grondbeginselen der natuur voor
alle denken en handelen gelden, dan is het licht te
V begrijpen, welk een ongehoorde verwildering de bij-
'A zondere en openbare zedelijkheid moet binnendrin-
ij gen. Wij spreken hier niet van de bovennatuurlijke
deugden, die niemand zonder de bijzondere gave
ä en genade Gods uitoefenen of verkrijgen kan. Van
deze is zeker geen spoor te vinden bij hen, die de