HomeHet persoonlijk karakter van den godsdienst en het ultramontanismePagina 10

JPEG (Deze pagina), 711.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 11.67 MB

G tl
3
8
ten slotte zonder steunpunt voor ons leven; zonder grond-
slag voor ons hopen en streven; straks ook zonder hoop
' en zonder energie om idealen te scheppen. 3,
Geen grooter ramp kan een mensch treffen dan dat
het oninicldellüke en persoonlyke aan zijn godsdienst wordt
ontnomen. Ik vrees dat zulk een verlies u ten laatste ­‘
aan practisch athe`isme zou overleveren; aan onvatbaar­
heid voor indrukken van eeuwige liefde; aan gemis van
een onvergankelijk ideaal; aan koud realisme, dat elke
gewaarwording van het hoogere onmogelijk maakt, voor 2
_ het onzienlijke het hart sluit, en de lijngevoeligheid van `
het geweten, een der schoonste sieraden van een goed
mensch, wegneemt. n
Arme, arme mensch! Gü die geen getuigenis van God
hebt in uw eigen hart, gij hebt niels. Gij zijt alleen op
de wereld. p
Zonder Goal, dat is zonder liefde. De mensch zonder "l
eigen innig geloof wordt op den duur geheel en al egoïst. ;
Hij leeft ten slotte voor zich zelven alleen. En daardoor
dan ook op­zich­zelf. Al kleiner en kleiner worden de
kringen van zijne genegenheid, belangstelling en zorg.
Eindelijk worden ze zóó klein, dat enkel nog voor het
eigen ik plaats er in is. ç
Dan staat die mensch geheel alleen, allen afstootend,
straks ook door allen verlaten, door niemand begeerd; 4
eenzaam in de maatschappij, eenzaam in zijn huis, een-
zaam in zijn eigen hart. _ h
Stelt u deze ellende eens voor!
Het is de ellende van hem, die niet door het geloof
van zijn eigen hart innig één wordt met God.
Er is geen grondslag voor godsdienstige gewaarwor- *°
dingen te vinden, geene deugd is op den duur bestand,