HomeOntwerp van wet tot herziening der GrondwetPagina 35

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 32.85 MB

`
ïr l
j Mnmoarn mn TOELICHTING. 35 t
i Am. 22. ï
j De verandering in art. 194 voorgesteld is geene concessie aan eene j
partü, welke de vrijzinnige beginselen bestrijdt, maar eene formulee-
ring van meer vrijzinnige beginselen, dan bg het tot stand komen der
j tegenwoordige grondwet aannemelijk schenen. Indien eene of meer
Y anti­liberale partijen er zich thans mede mochten kunnen vereeni-
gen, zou de ondergeteekende meenen, dat zulks een gevolg was van
r de lessen der ervaring en van eene verlaging der klerikale eischen.
bi Zoolang de kerkgenootschappen den Staat konden beheerschen, was
ë het natuurlijk, dat zij ook de voogdij van den Staat over de opvoe-
' E ding der burgers steunden. Sedert de Staat zich van het overwicht der
in de kerkgenootschappen bovendrijvende richtingen heeft losgemaakt,
leidt diezelfde Staatsvoogdij over het onderwijs, welke de kerkgenoot-
schappen vroeger steunden, tot een hevigen strijd tusschen deze en
den Staat. Nu is de vrede alleen te herstellen door volledige vrij-
verklaring van het terrein van dien strijd. Op gelijke wüze werd ook
{ ten aanzien der godsvereering zelve gehandeld. Eerst werd beproefd
· den steun der kerkgenootschappen voor den Staat te verwerven, maar
daarentegen ook den invloed van den Staat op de inwendige stroo-
mingen in de kerkgenootschappen te bewaren. Men heeft, den strijd
moede, ingezien dat de kerkgenootschappen op hun gebied volledige
vrijheid konden hebben, mits ook de Staat op zijn gebied den invloed
der kerkgenootschappen niet meer behoefde te lijden.
In gelijken zin moet nu een stap gedaan worden op het gebied van
·_ het onderwijs. De Staatsvoogdä over het onderwüs moet vallen. Dat
dit ook aan het kerkelijk gekleurde onderwüs te goede komt, heeft
dit aan zijne eigenschap van bgzonder onderwüs te danken. De Staat
laat het vrij, niet omdat het kerkelijk, maar omdat het bijzonder onder-
lf wijs is. Naast de kerkelüke kan de atheistische school verräzen, zon-
der dat hetzij de Staat, hetzij eenige kerk er controle over uitoefent.
_ Voorts zij de regeling van het openbaar onderwüs aan den wet-
gever overgelaten, zonder andere voorwaarde of beperking, dan dat de
openbare school geene partij kieze tusschen de verschillende godsdienstige
· V, en wijsgeerige richtingen, en alleen, als aan deze voorwaarde vol-
I daan wordt, hetzij door eigen inrichting van scholen, hetzij door
het verleenen van subsidie, geld uit de openbare kassen besteed
kan worden. Dezen eisch stellende, wenscht de ondergeteekende echter
¤ ook te waken tegen de overdrijving, welke aan dit beginsel in den
j strijd voor de zoogenaamde neutraliteit der school is ten deel geval-
= len, door niet te vergen, dat de neutraliteit absoluut zij, en aan
v
-------~--»é----- -­·» ~ ·-»- »-­­­--ma ..., M.,.-rr..r ...,.io,. 1 r_-..r, ,. i;_. V _, Q,