HomeOntwerp van wet tot herziening der GrondwetPagina 34

JPEG (Deze pagina), 940.92 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 32.85 MB

l
· ·

34 Mniwronrn VAN ronL1oH·r1Ne. W
nog curieuser, dat de onvräwillige overdracht tegen eene in den `
regel zeer ruim berekende waarde, eene ontzetting van den eigendom A
genoemd wordt.
O Het in de grondwet gehuldigd beginsel van eigendomsrecht is in-
derdaad nog een overblijfsel van eene opvatting van dit recht als
· A eene absolute souvereiniteit over een deel van het territoir. Die op- j
` vatting is onhoudbaar. Het eenige juiste economisch beginsel, waarop i
L het eigendomsrecht steunt, is dat van Bastiat, dat ieder slechts eige-
, naar is der waarde, voorzoover zij uit arbeid ontspruit. Dit economisch
systeem beoogt de ondergeteekende in de wetgeving te huldigen, en nog
iets verder in toepassing te brengen, dan in het bestaande artikel ig
147 reeds is geschied. Dan zal de economische harmonie niet slechts _
in theorie, maar in werkelijkheid in de maatschappij kunnen bestaan.
Het behoeft nauwelijks betoog, dat bij de invoering van dit nieuwe
recht overgangsbepalingen noodig zgn. De vrucht, die de speculatie
op het tijdstip van invoering van een nieuw recht reeds opleverde,
moet aan den eigenaar verblüven. Vandaar de bijvoeging van het 4¤ lid
van het voorgestelde artikel. Den eigenaar zal bij de wet een termijn ge-
laten worden, om de speculatieve waarde van zün terrein te realiseeren. (
Gedurende dezen termün zal de onteigening niet tegen eene lagere I
schadeloosstelling kunnen geschieden dan de waarde bij de invoering
van het nieuwe recht.
AMT. 16-21. `
Dat de bepalingen der grondwet hoofdtrekken van organisatie der
defensie bevatten, met welke de personeele diensten niet naar den eisch i'
des tijds te organiseeren zijn, is eene tamelijk vaststaande meening.
Wie het beproeft moet aan de bepalingen der grondwet eene ge- ,
wrongen uitlegging geven.
De voorgestelde bepalingen geven den wetgever de noodige vrijheid.
Alleen wordt voor de ingezetenen de waarborg behouden en ver-
meerderd, dat in de eischen van de koloniale en zeedienst en in de
dagelijksche dienst ter handhaving der orde door vrijwilligers worde E
voorzien. Zoolang de wetgever beschikt over allen, zonder zelf uit Y ·
de verkiezing van het geheele volk te zijn voortgesproten, is deze *
Waarborg onmisbaar.
Eveneens schijnt den ondergeteekende het beginsel te moeten worden
gewaarborgd en versterkt, dat de militaire lasten, in artikel 187, l
2G lid bedoeld, op de geheele gemeenschap drukken en niet mogen -
blijven ten laste der daarbü onmiddellijk betrokken particulieren.
v