HomeOntwerp van wet tot herziening der GrondwetPagina 33

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 32.85 MB

‘ l I
j l
ä MEMORIE VAN TOELICHTING. 33
ij hooge betaling, moest eerst de behoefte aan woningen groot genoeg
worden, moest eerst de standaard der huurprijzen hoog genoeg stijgen l
j om den bouwondernemer een voordeel in den aanbouw te doen zien.
Inmiddels werd de geheele stedelijke bevolking genoodzaakt of slech-
ter, of duurder te wonen, dan het geval zou zijn geweest, indien
de eigenaren van de naburige gronden die hadden moeten afstaan ,
tegen een prijs, die met het tot dusverre daaruit genoten zuiver jaar-
lijksch voordeel in evenredigheid was.
Elk stuk grond heeft, behalve zijne reëele waarde, gebouwd op het
j nut hetwelk het volgens zijne bestemming op een gegeven tijdstip op-
levert, nog eene speculatieve waarde, naarmate der kansen, dat de
behoefte der maatschappij later eene verandering van bestemming zal
. eischen. Die toekomstige behoefte is bij het bestaande recht de grond-
E slag van speculatieve inkoopen. Is het noodig of wenschelijk, datjder-
· gelijke speculatie besta en dat de wetgeving aan hem, die kapitaal
bezit, de gelegenheid opent, om een grooter of kleiner deel der maat-
, schappü in het alternatief te stellen, om hem of eene som gelds te
betalen, of hare dringende behoefte aan herschepping van onbenutte
terreinen in weide- en korenveld, van weide- en korenveld in tuinen,
H en van bij steden gelegen gronden van allerlei aard in huiserven onbe-
` vredigd te laten?
Wordt de voorgestelde bepaling aangenomen, dan zal die speculatie
H voor het vervolg haren grondslag verloren hebben. Aan het recht van
;; ieder op de vruchten van zijn arbeid zal niets te kort worden gedaan.
Wie de productiviteit van zijn goed verhoogt, zal ook, als onteige-
j ‘ ning noodig mocht zijn, in verhouding meer ontvangen. De eigenaar
behoudt het recht van gebruik, maar zün recht om niet te gebrui-
j ken, en tevens anderen te verhinderen te gebruiken, wordt opgeheven.
i Treedt het geval in, dat een eigenaar zijn goed niet in die mate
benuttigt en ten bate der nationale welvaart aanwendt, als anderen
j bereid zün zulks te doen, dan zal een gedwongen overdracht moeten
kunnen plaats vinden, evenals nu bij onteigening ten algemeenen nutte.
j Het vereischte om de wet telkens over de noodzakelijkheid der
onteigening te doen beslissen, acht de ondergeteekende te omslachtig,
en doet z. i. de wetgevende macht treden op het gebied der uitvoe-
ring. De wet behoort de regelen te behelzen, maar hunne toepassing
behoort aan de uitvoerende macht.
Q Het is inderdaad een curieus kenmerk van den eenzijdigen geest
onzer grondwet, dat, terwijl zij de rechterlijke en administratieve
macht over alles laat beslissen, de onteigening van een stukje grond
den geheelen toestel der wetgevende macht in beweging brengt. En
Y; 3