HomeOntwerp van wet tot herziening der GrondwetPagina 30

JPEG (Deze pagina), 837.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.74 MB

PDF (Volledig document), 32.85 MB

30 Mmromn VAN TOELICHTING.
evenredige vertegenwoordiging van de politieke richtingen in elk dis-
trict wordt opgenomen. In deze stelsels zijn aanvullingsverkiezingen
p of onmogelijk, of niet van volkomen dezelfde factoren afhankelijk. _
~` De reden der bepaling geldt ook niet voor de ministerieele betrek-
king. De bepaling toch strekt om de kamerleden eenigermate te ont-
trekken aan den invloed, dien de regeering, i. e. de verantwoorde-
g lijke ministers, door benoemingen of bevorderingen op hen zouden
') kunnen uitoefenen, en het volk te waarborgen tegen de zwakheid van
` karakter, welke zich in de aanneming van gunstbetoon van de zijde
der regeering door een afgevaardigde zou kunnen openbaren.
Omtrent de verkiesbaarheid van vrouwen komt in het voorstel niets
voor. Dat de wet den kiezers niet behoort te verhinderen eene·vrouw te
kiezen, wordt door den ondergeteekende gaarne erkend. Maar daar artikel
78 deze beperking niet bevat, kan de ondergeteekende geen voorstel doen
ze er uit te verwijderen. De Staten-Generaal hebben nimmer eene stem
op eene vrouw ongeldig verklaard, en de door hen aangenomen rege-
len van uitlegging, zoowel bij de toelating van personen, die geacht
zouden kunnen worden geestelijken of bedienaars der grondwet te
zijn, als laatstelijk bij de benoeming eener regentes, schünen met eene ‘
uitsluiting van vrouwen onvereenigbaar te zijn.
Aar. 11.
Het voorschrift omtrent hoofdelijke stemming over elk, ook het
meest ondergeschikte wetsontwerp is voor de Kamers , zonder eenig nut ,
tijdroovend. Als geen der leden hoofdelijke stemming eischt, kan deze V
zonder eenig nadeel achterwege blijven. Het motief der bepaling, nl.
dat elk openlijk de verantwoordelijkheid voor zijne stem aanvaarde,
kan kwalijk bij onbeduidende wetsontwerpen, als b. v. naturalisatie
en dergelijke worden ingeroepen.
Aar. 12. `
Deze bepaling is een onnoodige inbreuk op de vrijheid der Kamers
om hare Wijze van werken vast te stellen. Aangenomen dat het voor-
schrift goed is, dan is zijne plaats toch in de reglementen van orde.
Anrr. 12 en 13.
Het kiesrecht voor de Provinciale Staten en den gemeenteraad wordt
geheel aan de wet overgelaten. De overgangsbepaling, welke het kies-