HomeOntwerp van wet tot herziening der GrondwetPagina 27

JPEG (Deze pagina), 902.45 KB

TIFF (Deze pagina), 7.74 MB

PDF (Volledig document), 32.85 MB

Mnivioam van ronnronrme. 27
Art. 1 der overgangsbepalingen eischt geene bijzondere toelichting.
Het getal aanslagen in het personeel is ruim 600 000. Voor de posten,
welke geheel of ten deele oninvorderbaar zijn, aanslagen van minder-
( jarigen en vreemdelingen en voor dubbele aanslagen is hiervan een
belangrijk aantal af te trekken. Als praesumtief aantal kiezers zou
men 500 000 kunnen stellen.
De aangeslagene in het personeel is de persoon, die men het hoofd
van een gezin kan noemen. Vermits de ondergeteekende de maatschappij
niet beschouwt als eene onzamenhangende massa individuen, maar als
eene organische vereeniging, waarvan de gezinnen de samenstellende
· eenheden zijn, komt de toekenning van het kiesrecht aan het hoofd
van het gezin geheel met zijne theoretische begrippen overeen. Dat
het kiesrecht zou moeten worden onthouden, indien dit hoofd eene
vrouw is, weet de ondergeteekende met geen enkelen grond te ver-
dedigen, en de beperking, welke in de praktijk van ons tegenwoordig
kiesstelsel door de jurisprudentie ingevoerd is, wenscht hij niet te
bevestigen of te bestendigen.
Wie zal zulks trouwens kunnen doen, nu ook het regentschap aan
_ g eene vrouw is opgedragen?
AMT. 6-8.
De wijziging de1· Grondwet biedt ook gelegenheid, o1n twee verdere
groote verbeteringen in de samenstelling der volksvertegenwoordiging
te brengen, nameläkz 10. de Tweede Kamer der Staten-Generaal in
eens te doen vernieuwen, in plaats van bij helften, en 20. uit de
'=j voorwaarden voor de verkiesbaarheid voor de Eerste Kamer het voor-
t komen op eene lijst van hoogstaangeslagenen te doen vervallen.
De eerste wijziging behoeft weinig toelichting. De ondervinding heeft
beslist over de tweejaarlijksehe verkiezingen van de helft, en doen
zien, dat den regelmatigen gang van het staatsbestuur te zeer
verbreken, en de toch in ons land uit den aard der zaak zwakke parle-
mentaire meerderheden aan te sterke wisseling blootstellen.
{ Toch mag niet uit het oog verloren worden, dat de periodieke ver-
nieuwing van staatslichamen bij gedeelten de heilzame strekking
heeft om tegen te gaan, dat de stemming van één dag, eene keuze
onder een wellicht voorbijgaanden indruk, den geest eener gansche ver-
gadering gedurende den geheelen tijd van haar bestaan zou bepalen.
Waar een gekozen lichaam bestuurt, gelijk in gemeente en provincie,
is dus zeer doelmatig. Maar ten aanzien der Tweede Kamer geldt
deze reden niet, omdat de Eerste Kamer in staat is een tegenwicht in