HomeOntwerp van wet tot herziening der GrondwetPagina 26

JPEG (Deze pagina), 959.09 KB

TIFF (Deze pagina), 7.74 MB

PDF (Volledig document), 32.85 MB

26 MEMonrE VAN ·roEL1cH·r1Ne.
dan de meerderheid van het kiesdistrict liet beslissen, ook ingeval de
te vervullen plaats door een lid der minderheid werd ingenomen.
j Natuurlijk ware de geheele verkiezing nog veel te vereenvoudigen door .
i ieder slechts eene stem te geven, en den kandidaat de bevoegdheid
tot overdracht te geven, zonder de beperking, die de handhaving der
tweede namen medebrengt. Maar bij dit stelsel zou het te ligt moge-
_ lijk zijn, dat een erkend partüleider een zoo groot aantal stemmen ter
i züner beschikking kreeg, dat hü een of meer kandidaten, ook die een
klein getal stemmen bekomen hadden, kon doen verkiezen. Dit geval
zal zich nu alleen kunnen voordoen, indien meer kiezers, dan het voor
zijne keuze vereischte aantal, geen gebruik maken van hun recht i
tot invulling van de tweede plaats, hetgeen wel zelden zal voorkomen.
Het behoeft niet gezegd te worden, dat thans bg de grondwetsher-
ziening zelfs implicite geene beslissing over het geschetste kiesstelsel
genomen wordt. Dat de ondergeteekende zijnerzäds uitvoeriger een
minoriteitskiesstelsel heeft geschetst, dan anders noodig ware, is om
de noodzakelijkheid te doen uitkomen, dat het voorschrift van onmid-
dellijke verkiezing door de kiezers geene plaats in de gewüzigde grond-
wet vinde. Het is alleen om eene subsidiaire verkiezing door gedele- · K
geerden mogelijk te maken, niet om reactie naar het aloude stelsel
van verkiezing met een trap voor te bereiden, dat in het gedaan _
voorstel geen voorschrift van onmiddellijke verkiezing door de kiezers
gevonden wordt.
Art. 76, 3B en 4G lid. Hoe ook de indeeling in kiesdistricten ge-
schiede, aan de periodieke verknipping behoort een einde te worden
gemaakt. Bäaldien de bevolking grooter of kleiner wordt, behoort het
aantal te kiezen vertegenwoordigers grooter of kleiner te kunnen wor-
den, zonder dat telkens zoodanige speelruimte aan het partijbelang der *
meerderheid gegeven worde, als de tegenwoordige wetgeving medebrengt.
Aan de voorgestelde vermeerdering of vermindering van het aantal j
leden uit kracht der grondwet zelve geeft de ondergeteekende de
voorkeur boven de bepaling van een vast aantal leden in vast be-
paalde kiesdistricten. Aanvankelijk leidt dit laatste systeem tot geen j
bezwaar, maar in den loop der tijden verandert de bevolking der '.
verschillende districten in zeer ongelijke mate. De geschiedenis van de
vertegenwoordiging in Engeland leert hoe groote onevenredigheid bij
dit stelsel aldaar in den loop der tijden is ontstaan. En wil men een
voorbeeld uit onze dagen, dan mag gewezen worden op Berlün, dat
reeds nu slechts ruim de helft van het aantal leden naar den Duit-
schen Rijksdag afvaardigt, waartoe het volgens zijne bevolking ge-
rechtigd zou zijn.