HomeOntwerp van wet tot herziening der GrondwetPagina 18

JPEG (Deze pagina), 888.64 KB

TIFF (Deze pagina), 7.93 MB

PDF (Volledig document), 32.85 MB

18 Mmronrn VAN TOELICHTING.
indien het op een gegeven tijdstip zijn recht op volledig zelfbestuur
herneemt, zich op nieuw een koning zou kiezen, en op nieuw een deel
van dat recht ten bate van de eene of andere aanzienlijke vreemde J
familie zou prijs geven, kan hij niet inzien.
Aar. 4.
In dit artikel is behalve de aanwijzing van het Collegie, dat de
Koninklijke macht tijdelijk waarneemt, ingeval er verschil over de
troonopvolging mocht ontstaan, ook het geval geregeld, dat een regent-
schap ophoudt. Nu voor de mogelijkheid van een langdurig regentschap
het oog niet gesloten kan worden, is het wenschelijk voor dit geval
tegelijkertijd de noodige voorziening te treffen.
Am. 5 en ovnneknesrnrnnrne I.
Eene nieuwe regeling van het kiesrecht voor de Staten­Generaal,
waarbij de ingezetenen meer algemeen tot het verkiezingswerk geroe-
pen worden dan thans, is wel het voornaamste punt der geheele "
herziening.
Zoodanige nieuwe regeling is vrij eenvoudig voor hen, die aan ieder,
zonder eenige uitzondering, dat recht wenschen toe te kennen. De
ondergeteekende staat niet op dat standpunt. Zün wensch om aan dan
arbeid in Staat en maatschappij den invloed en de waarde toe te ken-
nen, welke hij verdient, is onvereenigbaar met het verleenen van
kiesrecht aan hen, die als bedeelden geheel of ten deele uit de belas­ `
tingen worden onderhouden. ` `
Van het standpunt der bedeelden is de Staat niet enkel geroepen
tot handhaving van het recht, maar tevens tot hunne verzorging,
en dit standpunt sluit onpartijdige medewerking tot de reohtsvorming
uit. Bovendien zijn zij van het bedeelend bestuur te afhankelijk, om
over de samenstelling van dat bestuur te mogen beslissen.
Voorts moet de daad van kiezen uitvloeisel zijn van eene eigene oordeel-
velling, en behoort de kiezer diensvolgens te kunnen lezen en schrijven,
om niet van de kennisneming van het grootste deel van hetgeen ter vor- ,
, ming van een oordeel dient, uitgesloten en, zelfs bij de invulling van
een biljet, ten eenenmale van de hulp van anderen afhankelijk te zijn.
Hierin ligt naar ondergeteekende’s oordeel een voldoende grond om
aan den kiezer de eischen te stellen, dat hg niet tot de bedeelden
behoore en in staat zü te lezen en te schrijven.
Deze twee gronden van uitsluiting, in zün oog de eenige, welke