HomeOntwerp van wet tot herziening der GrondwetPagina 14

JPEG (Deze pagina), 931.75 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 32.85 MB

1 ‘$
14 Mnnomn vkn ronL1oHr1Ne.
mandaat, en vooral ook uit het veelvuldig geuit, doch volkomen on-
juist beweren, dat de verplaatsing van het zwaartepunt der staatkun-
dige macht geen invloed heeft op den materieelen toestand des volks. Q
Hoe eenig het in de geschiedenis zou zijn, dat een bevoorrecht deel
des volks zijne staatkundige macht gebruikte, om een met zijn oor-
sprong en voortbestaan strüdig beginsel in de burgerlijke wetgeving
in te voeren en eerlük toe te passen, in het afgetrokkene is zulks ­
mogelijk. Het kan zün, dat de Nederlandsche Staten-Generaal zich l
hoog weten te verheffen boven het kiesstelsel, waaraan zü hun aan-
zün te danken hebben En ook eene verwijderde mogelijkheid van wel-
slagen gebiedt het doen der poging. Q
§ 4. Behalve deze hoofdpunten heeft de ondergeteekende gemeend
nog eenige vraagstukken van actueel belang in de herziening te moeten Q
opnemen.
Zij zijn: j
a. de aanwijzing der Staatsmaeht, die een eventueel mogelijk ge-
schil omtrent de troonsopvolging beslist; .
b. voorbereiding van verbeteringen in de samenstelling en de wüze Q
van werken van de Staten-Generaal; 1
c. de afschaffing van den staatkundigen eed en hare algemeene ver-
vanging door eene belofte; .
cl. uitbreiding van de bevoegdheid des wetgevers in militaire zaken;
e. eene wijziging van de bepalingen omtrent het onderwijs; 1
f eene wijziging van de bepalingen omtrent verandering der grondwet. j
De toelichting der ter bereiking der hiervoor uiteengezette doeleinden W
gekozen middelen wordt bü de onderdeelen gegeven. V
Er zijn ongetwijfeld andere ondergeschikte verbeteringen in de grond-
wet te brengen, maar alles, ook zaken van gering belang, of bepa­ ;
lingen die niet door de ervaring onhoudbaar gebleken zijn, in beraad-
slaging te brengen, zou het tot stand komen van de noodige en urgente i
verbeteringen slechts vertragen. Bepaaldelijk wordt ook geene veran- l
dering ten aanzien van de administratieve rechtsmacht voorgesteld.
. De ondergeteekende is nog niet overtuigd, dat op dit punt verande-
ring noodig is en in elk geval durft hü nog geen bepaald voorstel
omtrent dit punt ter züner verantwoording nemen. Dit neemt niet ‘ l
weg, dat de Tweede Kamer de bevoegdheid heeft, verbeteringen om-
trent andere onderwerpen in het wetsontwerp op te nemen. De onder- V
geteekende wil bij zulke pogingen zijnen medeleden geen bezwaar
hoegenaamd in den weg leggen. De considerans is daarvoor opzettelük P
ruim gesteld. ,
á
l
n