HomeOntwerp van wet tot herziening der GrondwetPagina 13

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.82 MB

PDF (Volledig document), 32.85 MB

l
Minvionin VAN TOELICHTING. 13 °
het bezit van kapitaal en grond wordt verleend. De arbeid - dit be- _
grip in zün ruimsten zin genomen - toegepast op den door het volk
{ bewoonden bodem, is de bron van alle kracht en rijkdom, welvaart
en beschaving, doch bij de grondwet wordt aan dien hoofdfactor geene
waarde gehecht. Zijne plaats waardig te vervullen bij den maatschap-
pelijken arbeid, en door zijne inspanning, al zij het op bescheidene
wijze, mede te werken, om ons volk nog eene waardige plaats te doen
innemen in de rij der natien, beduidt voor de grondwet niets. Zij r
splitst het volkslichaam door den census in twee zeer ongeläke deelen,
6 en geeft aan het kleinste alle staatkundige macht. En in dit kleinste
` deel bevindt zich juist het bij een oud en rijk volk groote aantal j
dergenen, die teren van geërfd of gewonnen kapitaal, en persoonlijk
of nooit een werkzaam aandeel genomen hebben of opgehouden hebben
een werkzaam aandeel te ne1nen aan den nationalen arbeid.
Deze ongerijmde splitsing moet vervallen. Dit is een volstrekte eisch
van het rechtsbewustzijn onzer dagen. En zulks te meer, omdat onder
de werking onzer eigendomswetgeving zoo velen der bevoorrechten het
Q vermogen, hetwelk de grond is van hunne staatkundige bevoorrech-
ting, niet aan arbeid en spaarzaamheid, hetzij van henzelven of van ,
hunne voorouders te danken hebben, maar aan de gebreken der wet-
geving, waardoor een deel van den nationalen räkdom, zonder eigene 1
inspanning en zonder grond van billijkheid, aan hen ten deel viel.
De hoofdbron van de onbillijke verdeeling van den rijkdom ligt in
de burgerlijke wetgeving, welke op hare beurt steun vindt in de grond-
wet en wel voornamelijk in artikel 147. Met handhaving van verkre- _
,_,· gen rechten ook daarin verbetering te brengen, beschouwt de onder- l
l geteekende als een der eerste eischen, welke aan de wetgeving onzer
dagen door de wetenschap en door het rechtsgevoel van het achter-
uitgezette deel desvolks gesteld worden. j
l Het was zün voornemen, de verbetering der grondwet, die betrek- ·
king heeft op het eigendomsrecht, eerst voor te stellen, nadat in de Z
l samenstelling der wetgevende macht verandering zou zijn gebracht. De
kansen toch zijn niet gunstig voor aanneming van een wetsontwerp,
dat de voorrechten, juist van het deel des volks, dat daarover zijne
Y stem heeft uit te brengen, in hun wortel aantast. Velen mogen zich
‘ individueel kunnen losmaken van hun eigen belang en van dat hunner ,
è maatschappelijke standsgenooten , eener meerderheid bij de bevoorrech-
y ten zelve te erlangen is zeer bezwaarlijk.
j De ondergeteekende ontleent echter den moed en den plicht om het
‘ te beproeven uit het hem, niettegenstaande volledige bekendheid met
zijne inzichten en krachtige bestrijding, door züne kiezers opgedragen
•‘
ä
E
·· _ M , ,.,. J;