HomeEene herinnering aan de artikelen 34 tot 49 der GrondwetPagina 8

JPEG (Deze pagina), 667.11 KB

TIFF (Deze pagina), 7.14 MB

PDF (Volledig document), 8.49 MB

6
van ons staatsregt. Volgens haar was dit beginsel : analogie
met de regelen die voor de troonopvolging zijn voor- .,
schreven, - derhalve aanwijzing van den naasten " X
meerderjarigen agnaat van den regerenden Koning als
regent (in casu prins Hendrik der Nederlanden) tenzij
zeer overwegende en zeer gewigtige redenen van uit-
sluiting bestonden, geput uit ’s lands belang, - in id
welk geval men den daarop volgenden naasten agnaat
behoorde aan te wijzen, en zoo vervolgens, steeds
toepassende de regelen van erfelijkheid voor het Koning- . '
schap gesteld; met andere woorden: evenals het erfelijk
Koningschap moest de benoeming van den regent steunen ä
op het toeval der geboorte, niet op het toeval eener
«wispelturige keuze. » Daardoor werd het gewigtig {
voordeel eener geruste en gelijkmatige opvolging ver-
kregen , en het bezwaar vermeden van Le moeten treden
in eene soms odieuse beoordeeling en vergelijking van
persoonlijke geschiktheid, hoedanigheden en deugden
en het oneindig ernstiger bezwaar, dat dan een ruim
veld werd geopend voor hartstoohten en eerzucht,
waardoor woelingen konden ontstaan en de maatschap-
K pelijke rust in gevaar gebragt kon worden. De regering K 4
wees daarbij op het Staatsregt van andere rijken, waarbij
hetzelfde beginsel was toegepast; b.v. op Engeland in U
b