HomeEene herinnering aan de artikelen 34 tot 49 der GrondwetPagina 11

JPEG (Deze pagina), 665.15 KB

TIFF (Deze pagina), 7.28 MB

PDF (Volledig document), 8.49 MB

Sl
Josephine, bij wie hij geen kinderen had, wel had
lb uitgesloten, maar daarentegen Marie Louise, na de
geboorte van den Koning van Rome, tot regentes deed
tt benoemen; dat de uitsluiting der Hertogin van Orleans
f door eene sterke minderheid, evenals in ’t buitenland,
zeer was afgekeurd; dat in Spanje de naaste agnaten
herhaaldelijk ten behoeve van Koninginnen­moeders
) waren uitgesloten; dat in 1830 de moeder van Koningin
i Victoria, de Hertogin van Kent, tot regentes was be4
li noemd; en eindelijk dat in Nederland de moedersvan `
Willem IV en V tot regentessen waren aangewezen.
K
t
In *1850 heeft derhalve de benoeming van den regent _
weinig strijd gekost. De g persoonlijkheid van Prins
Hendrik geeft daarvan de verklaring, - welligt ook '
de toen gegronde (en dan ook verwezenlijkte) ver-
wachting, dat slechts questie was van een voorzigtigheids-
i maatregel, die vermoedelijk nooit uitvoering zou behoeven
l te erlangen. Blijkbaar is ook niet zonder invloed ge-
l bleven de overweging dat het niet (zooals de vorige
Y grondwet het uitdrukte) de Koning EN de Staten-
l Generaal zijn die den regent benoemen, maar dat het
l eigentlijk de Koning is die hem benoemt, maar die
l ,
l
F
fo
| .
.