HomeEene herinnering aan de artikelen 34 tot 49 der GrondwetPagina 10

JPEG (Deze pagina), 682.70 KB

TIFF (Deze pagina), 7.28 MB

PDF (Volledig document), 8.49 MB

8
agnaat een vreemdeling was, in te naauwe betrekking
stond tot andere rijken of de vereischte persoonlijke ·
hoedanigheden miste. Niet alzoo omdat Prins Hendrik
de naaste agnaat des Konings was, maar uit hoofde l
zijner persoonlijke hoedanigheden en geschiktheid , werd X
zijne keuze als in ’slands belang toegejuicht en goed- i
gekeurd. Intusschen deden zich stemmen hooren ten
gunste van de regerende Koningin en van Prins
_ Frederik, aan wier uitmuntende hoedanigheden ver-
diende lof werd toegebragt, maar toch meer op grond
j dat men de benoeming afkeurde van een regent, die
K bij den dood van den minderjarigen Koning in zijne
plaats tot den troon geroepen zou worden. Hoewel dit è
in casu, lettende op de persoonlijkheid van Prins A
Hendrik nooit eenig gevaar kon opleveren, achtte men
toch dergelijke benoeming in beginsel steeds zeer be-
denkelijk, als men zich de gebeurtenissen gedurende
sommige regentschappen herinnerde.
Ook het beroep op het oudere en nieuwe Neder-
K landsch en algemeen staatsregt achtte men onjuist.
Tegenover de aangehaalde voorbeelden stelde men l
dat in Frankrijk vóór {1791 24 Princessen tot regentessen §
waren benoemd, en Marie Antoinette alleen om persoon- T.
lijke redenen was voorbijgegaan; dat Keizer Napoleon
s
l

p
l
.., -;~ JV, Y ·v N,_,irT4_ ..i. ,7;,-_EYE,<.,r--.,...,.t__,_,____,_n.,, T,. ___________`____>_`,___, _,‘_,,__, _ W MW", l