HomeOnze toestand in IndiëPagina 9

JPEG (Deze pagina), 714.63 KB

TIFF (Deze pagina), 6.26 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

3
verschijnselen , die men niet te sterk qualiüceert, wanneer
men ze met den naam van uolslagene wanorde bestempelt.
En daarbij hebben wij nog te voeren een oorlog; een
. oorlog te kwader ure ondernomen, die nu eens op deze, dan
weder op eene andere manier wordt gevoerd, en waarvan ik
meen -- de geachte spreker uit Arnhem , die dit debat
opende, moge er optimistische verwachtingen van koesteren ­
dat het einde zelfs in de verte nog niet is te voorzien. Die
oorlog put onze krachten uit, de krachten der natie - in l
i_ menschen en in geld. i
Als men dit tafereel overweegt, dan is het van zeer
ernstigen aard; en in die omstandigheden had de Regeering
E - het zij met allen eerbied gesproken - althans moeten
A zorgen dat wij tijdig met haar in overleg hadden kunnen
treden over hetgeen bij dit alles het belang der Nederland-
Q sche natie vordert.
Men zou bij die trage bijeenroeping kunnen gaan twijfelen ·
of dat besef bij de Ptegeering wel bestaat. Als ik in een
Staatsstuk - de Memorie van Beantwoording op de zooge­
naamde Kanalenwet - lees hoe daar de Regeering spreekt
l van de << rustige dagen, die t/luns beleven mogen », dan
bekruipt mij de vrees, dat de Regeering ’s lands toestand
ä niet zoo ernstig beoordeelt als de tijdsomstandigheden gebie-
J dend medebrengen.
Indien ook ons, Mijne Heeren, die rustige rust bij dit
l debat overvalt, en wij niet letten op hetgeen er voor Neder-
land en zijne kolonien zorgwekkends, verontrustends bestaat,
A dan zouden wij, zoo ik meen, geraken in den toestand van
lj den man, die inslaapt aan den rand van een afgrond, waarin
e hij op eens met een doodschrik kan worden neergestort.
; Daarom meen ik dat het mijn pligt is om den toestand
L van Nederland en van zijne kolonien, met u, Mijne Heeren,
t met de Regeering en de Kamer - na te gaan en in volle
, openhartigheid te bespreken, om - kon het zijn ­­- bij de `
i E Vergadering de overtuiging op te wekken, die mij bezielt,
l
nl
ë