HomeOnze toestand in IndiëPagina 70

JPEG (Deze pagina), 681.79 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

64 ‘ _
En dat alles hebben wij , met den oorlog, aan den geachten
afgevaardigde uit Hoorn te danken.
Belasting op het Personeel in Indie.
Ik heb de eer aan de Vergadering voor te stellen om dit
N°. 8, Belasting op áel personeel, uit de wet op de middelen
te verwijderen.
Mijne bedoeling is deze: - om daarmede de individueele
leden der Kamer in de gelegenheid te stellen van door een
volum zich over een gewigtig punt van koloniale politiek te
verklaren. Ik meen daarmede aan de Kamer eene dienst te I
bewijzen door haar die gelegenheid te openen - ten aanzien
van een zeer gewigtig vraagstuk van koloniale politiek. L
Ik geloof toch dat velen uwer, ja allen, er prijs op zullen j
stellen, daaromtrent van hunne overtuiging blijk te geven.
Deze quaestie toch is op dit oogenblik het meest brandende '
vraagpunt, dat in de koloniale politiek valt lwaar te nemen.
Ik twijfel geenszins, of de geachte afgevaardigde uit Arnhem, .,
die nog zoo kort geleden eene hooge plaats innam in die `
Indo­Europesche maatschappij, ­ dat hij bovenal er prijs op I
zal stellen ons zijne inzigten omtrent deze vraag te openbaren. J
Ik voor mij - ik zeg het gaarne - ik stel op zijne mede­·
deelingen den hoogsten prijs. g
Ik heb bij de algemeene beraadslagingen het punt, dat
nu hier aldus aanhangig is, reeds behandeld, zoowel met het
oog op de reglen, als ook vooral op de verpliylingerz van Y
l die zich noemende Indo­Europesche gemeente , en ik heb
daartoe den aard, de zamenstelling, den omvang, en de
getalsterkte van die gemeente besproken. ‘ l
Mij kwam dat vraagstuk voor het meest aclueele van het
tegenwoordig oogenblik te zijn. Ik heb het dan ook als zoo-
danig voorgesteld en ontwikkeld; maar zoo als de Kamer zal