HomeOnze toestand in IndiëPagina 61

JPEG (Deze pagina), 679.99 KB

TIFF (Deze pagina), 6.60 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

_ 55
in zijn geest, dat thema behandelen; maar niet naar het hoofd .
`werpen van ons, die hier eerlijk, van den aanvang af, over
die daad, die Nederland brengt naar den afgrond, tegenover
hein en degenen, die hem steunen, onze meening hebben
uitgesproken.
Ik werp die aantijgingen terug! Hij heeft het regt niet ons '
dergelijke verwijten te doen; want is de man op wien de
­» verantwoordelijkheid drukt van het ongeluk waaronder Neder-
land en zijne kolonie gebukt gaan! `
Premie voor eene stoomgemeenschap met China.
Mijne Heeren! Ik zal mijne stem uitbrengen vóór het i
amendement.
Ik wil daaromtrent echter nog het een en ander zeggen. _
Ik hoop dat te doen in een vorm die ons betaamt in eene
Hooge Vergadering gelijk deze.
Ik hoop jegens den geachten voorsteller gelijk jegens alle
g leden dezer Kamer, bij de ondersteuning van dat amende-
z ment, in acht te nemen de heuschheid, die in elk Parlement
, in het algemeen , en in het onze in het bijzonder door een .
` ieder behoorde te worden in acht genomen.
Ik wil bij deze adstructie - ook omdat de Chinezen hier
( niet tegenwoordig zijn - van hen geen kwaad spreken,
noch mij zelfs jegens de Chinezen min voegzame uitvallen
i, veroorloven; ik wil, in een woord, den toon betrachten
·i welke een fatsoenlijk man betaamt, in eene vergadering als
deze, vooral ook tegenover afwezigen.
En dan zeg ik hier dit: - dat ik reeds bij eene vroegere
rede, omtrent dit onderwerp aan u mijne gedachten heb te
l kennen gegeven. ‘ ·
f Het streven van de Maatschappij << NccZ.·:rZemrZ>> om onze
i handelsbetrekkingen te verlevendigen, juich ik toe en ik wil
zelfs niet ontveinzen dat ik voor mij zelven daarin voor een·
i zeker gedeelte geïnteresseerd ben; maar het groote gewigt I
* 1