HomeOnze toestand in IndiëPagina 57

JPEG (Deze pagina), 704.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.53 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

51
TM: ·ninoleonz% century, waar een geacht schrijver gevvigtige
bijzonderheden heeft medegedeeld onder den titel: lle Ban/c-
2 ‘ rnploy q" India?
A Wij hadden weleer een oorspronkelijk, door den bevoegden
vreemdeling hoog gewaardeerd Ncvlorlanolsol koloniaal stelsel; j
wij hebben -­ het is zoo - het Engolscáo stelsel aanvaard
en nagestreefd; maar tot zulke uitersten is het toch in Neder-
landsch Indie nog niet gekomen.
· Dit wensch ik er alleen nog van te zeggen: zulke verklarin-
gen, zulke uitingen bij zoodanige gelegenheid hebben een clool.
Men leert de gezindheid, die bestaat, daaruit beter kennen, dan
uit de oilicieele verhoudingen. Holland weet nu waaraan het zich
tegenover dien eersten Minister van Engeland te houden heeft.
J En nu eindig ik met eene laatste opmerking, die indertijd
gemaakt werd toen Engeland zijn eersten oorlog tegen Afgha-
nistan voerde, eene opmerking die ook voor ons gelden mag,
nu wij strijden tegen Atjeh.
Zij luidde aldus: << Ik geloof niet dat wij ooit onze Indische
bezittingen zullen verliezen, hetzij door inwendige omwente-
lingen en opstanden, hetzij door invallen van vreemden van
buiten. Wanneer Indie ons ontgaat zal het alleen aan l/inan­
cioolc boroorzfon te wijten zijn en aan een zamenloop van
omstandigheden, als oorlogen en militaire onpoclilion, die onze
,l Indische schatkist uitputten en onze weelde tot armoede
j herleiden zullen. »
l Wie sprak deze woorden, die nu zoo volkomen op Engeland
` en helaas! ook op Nederland van toepassing zijn 7
Het was diezelfde staatsman, waarop ik gewezen heb. Het
was de heer BENJAMnv D1saAL1, op 23 Junij *1842, in het
` _ Britsche Lagerhuis.
i De Vergadering vreeze geen lang betoog nu ik weder het
‘ woord erlang; reeds heb ik te veel van haren tijd in beslag .
1 genomen, en het ware onbescheiden van nieuws afaan, op
l
l
‘»·.