HomeOnze toestand in IndiëPagina 53

JPEG (Deze pagina), 754.75 KB

TIFF (Deze pagina), 6.51 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

->
· 47 _
dat men zich daardoor onberekenbare schade en nadeel zou A
kunnen berokkenen.
Men bedenke tevens dat Nederlandsch Indie geen volkplan- i
*‘ ting is. Het is een land van missie voor den Europeaan. Onze
Aziatische bezittingen moeten van hieruit worden geregeerd
in groote zaken, door kracht van militairen en ambtenaren.
Daar heerscht geen zelfstandig bestaan tegenover het moeder-
land, zooals ik straks reeds betoogde. '
t Maar men stelle zich eens voor dat Indie werkelijk eene
l kolonie, eene volkplanting ware, zooals vroeger de Noord-
` Amerikaansche kolonien ten opzigte van Engeland; en men
herinnere zich dan de gebeurtenissen die daar in ’t midden
der vorige eeuw plaats vonden.
‘ Ook toen had 1nen in Engeland het denkbeeld opgevat om
Ji, eene zegelbelastingin die kolonien in te voeren bij acte van
" het Parlement. Men weet wat daarop is gevolgd. Ik wijs u
daarbij alleen op eene redevoering destijds in het Parlement
· uitgesproken door WILLIAM Prrr den ouden, later lord CHATHAM.
+ Tijdens die maatregel werd genomen was hij ziek; maar toen
hij later in het Parlement verscheen sprak hij eene rede uit die
zeker een der schoonste voortbrengselen van welsprekendheid is
geweest, die ooit in het Britsche Lagerhuis hebben weerklonken.
En wat zeide hij tegen den Minister van kolonien GREN-
_ VILLE, dien hij verpletterde door zün magtig woord 7
i Ik zal het epitàeton er niet bijvoegen dat hij bezigde; maar
l nadat hij die staatkunde had ontleed, riep hij den Minister
. i _ GRENVILLE toe: << En daar komt nu een financier; die er een
‘ I eer in meent te mogen stellen om een peperkorrel voor de
j I schatkamer te verdienen , terwijl hij daarmede voor de Engelsche
j natie millioenen schats.doet verloren gaan! >>
Ik zal nu eindigen met mijne gedachten te resumeeren.
j Ik koester de overtuiging, dat het voor Nederland, voor de
Nederlandsche Regeering en voor de Nederlandsche Volksver-
Q tegenwoordiging meer dan tijd is, om zich strenge rekenschap _
d af te vragen van den toestand in Indie. Doet men dat niet, ‘
l
l
_! It