HomeOnze toestand in IndiëPagina 51

JPEG (Deze pagina), 763.52 KB

TIFF (Deze pagina), 6.50 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

l
l
à
= 45
moeten ruim betaald en later gepensioneerd worden. Dat is ` i
reeds eene bedenkelijke zijde van de zaak.
v Het is waar, als men wilde, kon men de belasting op het perso-
á neel inhouden van het tractement van de grootste helft der belast-
‘ j bare bevolking - de ambtenaren en de oflicieren. Dit ware
` eenvoudig; maar toont dit niet reeds de tastbare ongerijmdheid?
Bij ordonnantien van 7 Januarij en van 17 Februarij 1878,
heeft eene nieuwe regeling van de bedrijfsbelasting in Indie
l plaats gevonden; maar aan de Kamer zijn die ordonnantien
l niet medegedeeld; evenmin die op het personeel en op het
j patent, ofschoon ze, blijkens het Regeeringsverslag, reeds een
Z paar jaar geleden in Indie ontworpen waren.
l Ik heb tegen die wet, om haar beginsel, gestemd; niet
J alleen omdat ik de zaak niet kende, waarvoor ik stemmen
zou; maar vooral ook omdat ik het niet mogelijk achtte ze
f overeen te brengen met den toestand van eene kolonie als de onze,
j met eene goede, verstandige, onbekrompene koloniale politiek.
.• Ik heb toen deze woorden gebruikt, om mijn tegenstand te
_ formuleeren: << Het is een droppel aan den emmer; maar een
droppel van overgehaalden alsem en bitterheid; een droppel, "
die nog veel kan bederven in de verhouding van het moeder- `
` land tot deze zijne bezitting in Azie >>. (9 en 14 Mei 1878).
l Intusschen heeft de wetgevende magt, zonder zelfs die
. ordonnantien te kennen, haar zegel gehecht aan het beginsel; -
en nu staat de Kamer voor de vraag: zal men daarin voort-
i gaan? Zal men thans, bij de wet op de middelen, de nieuwe
l belastingen als zoodanig daaronder opnemen?
i Ik voor mij zeg, ook na die beslissing van Mei jl. , dat ik zal
I stemmen tegen de opneming, althans van het personeel. En
, ik wil u, Mijne Heeren, daarvoor mijne gronden onderwerpen.
Men moet bij de belastingen, daar te heffen, eene onder-
l · scheiding maken. Als de landbouw­ondernemingen treden in
V het genot van de winsten van het Gouvernement ­­­ en die
waren zeer groot ­ dan is het niet meer dan billijk, dat aan
­ hen te dier zake belasting wordt opgelegd, altijd natuurlijk i
l .
l . .
l
E
".