HomeOnze toestand in IndiëPagina 42

JPEG (Deze pagina), 755.73 KB

TIFF (Deze pagina), 6.50 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

36
verklaar openlijk, dat als men hier meezfings tegen de jenever-
pest houdt, er ook meetings moesten worden gehouden tegen
de invoering van wege den lande, van opiumkitten en dobbel­ ` ·
huizen in een land dat wij willen veroveren, want zulks acht
ik eene handeling Nederland ten eenen male onwaardig.
En niet alleen dat; maar er is ook reeds een Chineesch
burgerlijk bestuur te Kotta-Radja gevestigd; dit zie ik uit
‘ datzelfde Journaal en in datzelfde artikel van het Tijdschrift.
Er zijn aangesteld een kapitein­Chinees en twee luitenants­
Chinezen, de eerste op eene bezoldiging van 300 en de ‘
beide anderen elk op eene van 150 ’s maands. ` »
Wil men nu verder zien wat er van den handel wordt, dan Q
leze men in de Staaáscommzá van 5 November jl. het volgende · i
uit het Journaal van den Gouverneur van 14 September 1878.
Er waren toen weder 295 emigranten overgevoerd. j
<< De peperprijzenl ondergingen in de laatste ·dagen aan-
merkelijke verbetering. Verschillende personen uit de naburige `
Staatjes hebben dit jaar hun peper reeds naar Edi gebragt, i`
alwaar die door Chinezen opgekocht en naar Penang uitgevoerd
wordt. Te dezer plaatse is ook reeds alles te krijgen wat de
Atjehers voor hunne behoeften noodig hebben. Ik_ denk wel
dat Edi binnen korten tijd de stapelplaats van den handel
der Oostkust zal worden.
<< Mijn wensch dat de zoo aanzienlijke hoeveelheid peper, jl
die hier jaarlijks geproduceerd wordt, in Nederland aan de V
markt gebragt zal worden, heeft, althans voorloopig`, niet Q
veel kans vervuld te worden. Nederlandsche handelaren hebben
zich hier voor den opkoop van peper nog niet gevestigd. >>
Wat ziet gij uit dit alles? Deze ongeloofelijke feiten, dat wij j
daar maken eene kolonisatie mm Okinezezg dat wij onze in- 1
komsten verpachten aan Cáietezeez; dat de handel wordt uit- j
geoefend alleen door U/mzezeaz en dat er reeds werkelijk bestaat ,
. een burgerlijk bestuur door Cïeiuezjevz.
Nu doe ik eene eenvoudige vraag aan de Kamer. Zijn
dan op Atjeh de piwzeers der Chinezen -­ ja of neen? J
i
M.