HomeOnze toestand in IndiëPagina 38

JPEG (Deze pagina), 759.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.46 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

1
$
az Q
stichting gepaard; thans worden die rooftogten bijna over
geheel Java waargenomen. Daarom nog eens ·­-­ men zij voor- -
zigtig met zijne proeven; want dat loopend vuur zou een- i
maal een geweldigen brand kunnen worden.­ Dit zou niet
uitblijven als men den Javaan in zijn maatschappelijken toe-
stand ging aanranden. Welke bijzondere belangen men ook t
bevorderde, dan zouden wij de tatereelen zien ontstaan, als j
geschilderd werden in de aangehaalde rede door den heer ‘
G. L. BAUD hier in 1849 gehouden en die ik nu voorzigtig­
heidshalve hier niet woordelijk wil aanhalen.
Naast de eigenlijke bevolking van Java staan de Chinezen `
en andere vreemde Oosterlingen. Volgens de laatste statistiek, i_
die van 1876, zijn er in Nederlandsch Indie ongeveer 350,000 I;
Chinezen. Hun getal echter klimt in verhouding veel sterker
dan dat van de Europeanen op Java. ·.
De Chinezen waren ­- het moet tot hun eer gezegd ' `
worden -­ totj hiertoe altijd rustige , nijvere lieden. In het ” l
Algemeen Dagblarl van Neelezlamlscá Izzclie van 18 September _
. jl., is mededeeling gedaan van een oproerig aanplakbiljet, dat i
in de Chinesche wijk van Batavia is gevonden. Mij is even-
wel door iemand, die ik geloof dat wel op de hoogte is, ver-
zekerd, dat dit stuk niet van Chinezen afkomstig kon zijn;
dat dergelijke aanplaksels moeten zijn uitgegaan van andere _
kwaadwilligen. i
Intusschen moet op de toeneming van die vreemdelingen l
worden gelet. De Chinees is op Java wat door de Romeinen ,’
werd genoemd een aelvezza, een lospes, die den aard en de *
verpligtingen aan die hoedanigheid verbonden kent en moet '
blijven betrachten, gelijk hij dit, ik herhaal het, tot hiertoe i
ook goed heeft begrepen. Die Chinezen hebben veel goede
hoedanigheden; maar men moet ook lezen wat door den heer 1
Nnnnmsonen, thans lid van den Raad van Nederlandsch Indie, _ l
in het Januarijnornmer van het Tqrlselwçfzfi voor Nerlerlamlsclz
Imlée 1878 over de Chinezen met betrekking tot hunne land~
bouw­ondernemingen gezegd is. Men leze zijne beschouwingen Q