HomeOnze toestand in IndiëPagina 33

JPEG (Deze pagina), 732.06 KB

TIFF (Deze pagina), 6.39 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

j 27
i gaven is. Maar nu krijgt men nog daarenboven van die kolossale
en overdrevene uitgaven in de kolonie geenerlei behoorlijke
..,4 verantwoording. Zij geschieden zonder eene voldoende centröte.
VVij staan nu voor eene 13de begroeting van Indie, die de
j Kamer zal vaststellen. En van de allereerste is nog geen
, penning verantwoord!
i Het is alsof het geld wegsmelt gelijk sneeuw in dat warme
klimaat, onder die heete zon van de tropen. Men zie de
Memorie van Antwoord op bladz. 2. Daar lees ik:
<< De saldo’s van vorige jaren waarover nog niet is beschikt,
bij de indiening van de begroeting (dit was 3 September 1878),
berekend op 4,384,200, kunnen thans, dat was ongeveer
twee maanden later, 2 November 1878) , op slechtsf 3,512,456
worden gesteld (das in twee maanden eene wegsmielttng van
; byna 9 ten), in verband met de eindelijk ontvangen verbeterde
I staten der opbrengst van de middelen in Indie over de jaren
1874, 1875 en 1876, waaromtrent tot dusver, gelijk reeds
g vroeger werd medegedeeld, onzekerheid bestond, ten gevolge
van zeer uiteenloopende uitgaven. Het blijkt nu (ja nn, maar
wat zal mengen btw/cen?) dat de ontvangsten in Indie in die
drie jaren f 871,743 minder hebben bedragen dan laatstelijk,
onder voorbehoud van de uitkomst van het ingesteld onder-
, zoek, werd opgegeven. Veornoemd bedrag van 3,512,456
l~ zal echter bovendien nog met ruim zeven ton verminderd
moeten worden, doordien gebleken is dat de ontvangsten in
Indie wegens bestellingen voor rekening van derden, sedert
1867 ten onregte onder de Indische middelen zijn opgenomen.
H << Het nog beschikbaar gedeelte der saldo’s bedraagt alzeo
nog geen f 2,800,000. De ondergeteekende meent geheel in
den geest der Kamer te handelen, door voor het oogenblik
dit bedrag nog te reserveren >>.
Ik meen dat uit die eigen mededeelingen van de Regeering
genoegzaam blijkt welke de toestand van financieel wanbeheer
ii is, die in Indie bestaat. ·
En wat zegt men daartegen? Nu wijt men het aan de