HomeOnze toestand in IndiëPagina 32

JPEG (Deze pagina), 734.07 KB

TIFF (Deze pagina), 6.39 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

M
~
25
lijke magten, eene organieke regeling waarvoor op Java de
volstrekt noodige elementen ten eenen male ontbraken. In 25
* a 30 betrekkingen van voorzitters van landraden moet worden
voorzien; betrekkingen die weinig of geen uitzigt openen aan
hen die ze bekleeden. Men staat daarmede thans ook tegenover
onoplosbare moeijelijkheden, zoowel ten aanzien van personeel
als van organisatie.
l Het derde punt dat nog alles overtreft is het financieel en
comptabel beheer in Oost­Indie. Op dit gebied kan ik tastbare
argumenten aanvoeren ~­- cijfers; en deze alleen zijn afdoende
_ ter beoordeeling van de uitwerkselen der wet van 23 April 1864.
Die cijfers kan men zien en voelen. Twee zintuigen worden
i er pijnlijk door aangedaan. Uit` die cijfers kan men zien wat
eigenlijk het groote kwaad van onzen tegenwoordigen toestand is.
{ Ik deel niet in de meening van hen die zeggen: Och,
dat alles is van voorbijgaanden aard ; het zijn alleen de ge-
volgen van den oorlog tegen Atjeh! Ik weet wel dat een lid
van het vorig Kabinet zich in dien geest in een geschrift heeft
verklaard. Ik deel geheel niet in die meening. Neen, het
kwaad ligt in de eerste plaats in den ünancieelen toestand;
al het andere gaat voorbij; maar ik ontdek in de toekomst
nog nergens den krachtigen arm, die in staat zou kunnen
A zijn om dat groote kwaad op financieel gebied te herstellen.
L Ik laat nu de cijfers spreken. De eerste Indische begroo-
ting werd hier, in 1866, voor 1867 vastgesteld. De uitgaven
der Indische administratie bedroegen toen, over het jaar 1867
84,347,614. Tien jaren later waren ze vermeerderd met
69 millioen! In 1878 bedroegen de uitgaven 153,373,9)*12;
dat is dus gemiddeld jaarlijks eene stijging met 6 à 7 millioen.
En die stijging is de normale geworden. Volgens § 3 der
Memorie van antwoord is de thans voorgedragene begrooting
al wederom 6'/4 millioen hooger dan die voor 1878.
i Daaronder wordt nog slechts gerekend voor Atjeh op 1Ol/4
millioen, eene som die zeker veel te gering is, indien niet .
zeer spoedig een einde komt aan den toestand.

i
l