HomeOnze toestand in IndiëPagina 28

JPEG (Deze pagina), 737.50 KB

TIFF (Deze pagina), 6.52 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

22
oiiicieus, geheim contract tusschen fabrikant en hoofden zal
voorafgaan, maar rlergelylce lcnoegergen zouden lazfer evenmin
le lreeren als ze nu legen le gaan ».
Maar nu vraag ik toch, wat blijft er dan in zoodanigen staat
van zaken overig van die zoo zeer verlangde nrçyleid 1>anparli­
culiere leell, als men op die wijze een aandrang ziet om
terug te keeren tot het oude, maar niet meer tot het cultuur- I
stelsel, gelijk het bestond en bestaan kon onder behoorlijk
geregelde waarborgen ‘? -­ Die discussie vindt men in het
Vaderland van 21 November jl.
Wat dus den toestand der suikercultuur, onder het Nieuwe
Stelsel betreft, wordt ons daar al een zeer weinig bemoedigend
tafereel in die mededeelingen van eene geachte zijde afkomstig
l opgehangen. , `
Intusschen wil men zich steeds verder in die rigting be-
wegen. Ook in de debatten van gisteren hebben wij een
aandrang daartoe vernomen. De hoogleeraar VETH zegt ons:
« de zege is nog onvolkomen; er blijft, zoolang de verpligte 6
kofliecultuur wordt gehandhaafd, te midden van het nieuwe
gebouw, als het ware een oude loren overig, die, als een
monument van een anderen bouwstijl, de harmonie van het
ge/ieel verstoort >>. i
Die oude toren -­- de hoogleeraar zag dit over het hoofd,
hij sprak er althans niet over - geeft ons thans nog eene
inkomst voor den lande van 45 millioenen, volgens de voor
ons liggende begroeting; en die koffij komt nog aan onze
vaderlandsche markten met onze schepen. Ook daarin wil de
geachte spreker uit Zutphen met de kamer van koophandel
van Amsterdam, verandering zien komen; maar ik vraag toch: .
waarom moet nu ook nog dit laatste overblijfsel, met de
suiker en al de gevolgen van dien, naar de uitdrukking van
dien hoogleeraar, worden weggevaagd ? .
Wie is er onder u, Mijne Heeren, die durft verzekeren, 7
dat de vrije koffijcultuur resultaten zou opleveren, die in de ;
verste verte geleken naar die welke wij nu erlangen? Er zijn
Hi
. ïä
gl
ën
I