HomeOnze toestand in IndiëPagina 16

JPEG (Deze pagina), 742.34 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 51.63 MB

li j
V 10
‘ J Men weet wat er verder volgde. De`koloniale oppositie van
i 1861 werd Regeering in 1862. Een ander Ministerie trad op,
waarin echter niet was gezeten de redenaar, dien ik zoo even
; heb aangehaald. Daarop doelende heb ik mij eenmaal veroor-
V loofd te zeggen: <<l)e¢· Wfokr het seine Sckulelig/ceiá gethiw .­
i` { der ./lfokr kann geáeu >>. - Maar nu was ik gebragt in de
i rijen der oppositie en herhaalde, bij de begrootingsdebatten
¤ van 1862, mijne vraag aan den nieuwen Minister van Kolonien. `
fr Ik zeide hier op 3 December 1862 bij die begrootings­
l debatten:
I « Bij het toelaten der particuliere industrie op ruime schaal
K ^ moeten de voordeelen verdwijnen, die Nederland in ’t alge-
meen en de Javaansche bevolking in zoo vele takken van
handel en nijverheid tot nog toe genoten. De buiige saZcZ0’s
I zullen verdwijnen; want men denke niet dat de kolonisten,
1 die stoutmoedige pimieers in het verre Oosten, geneigd zullen
E worden bevonden, de schade te vergoeden, die door den Staat
wordt geleden, door directe belaqiingeii op te breiigeiz. Men ` ,
geloove ook niet dat de koloniale batige saldo’s op die wijze F
1 zullen kunnen worden vermiigen. Ik vraag ook, zou het billijk
zijn, dat van die particuliere industrieelen te vorderen ‘? Ik ig
zeg neen. De Staat zou zijne plaats aan hen hebben ingeruimd
en zij zouden niet tegenover den Staat staan als de vroegere .,
cultuurcontractanten, maar als vrije industrieelen, die niet met
de hulp der Regeering, maar op zich zelven handelen. Met
welk regt zou men dan dergelijke industrieelen door zulke
exorbitante heffingen kunnen treffen ‘? En hoe lang zou men
er zich aan onderwerpen ‘? Ik vraag: ziet men mogelijkheid j l
daartoe? Zoo ja, men legge het mij uit. Ik vermeen tot nog
toe, dat beginselen· van regt en staatsbeleid zich daartegen
verzetten. » ‘
Deze vraag, ofschoon toen, door het nieuwe Bewind, op j
3 December 1862, niet beantwoord, krijgt nu eenige meer-
dere actualiteit.
Het antwoord toch op die vraag ligt nu in de feiten ,· het v