HomeEen onpartijdig advies in het Congo-vraagstukPagina 6

JPEG (Deze pagina), 755.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.03 MB

PDF (Volledig document), 14.39 MB

4 l
noeg te kunnen aandoen. België vraagt evenmin als Junie
in ,,de Britannicus", ,,cet excès d’ honneur": Nederland ver-
· l dient geenszins ,,cette indignité".
Voor Europa moge het vrij onverschillig zijn, hoe de
Congo­Staat het geld verkrügt ter bestrijding van den slaven-
_ handel; mits het geld kome. Enkele landen zün er om staat-
kundige redenen op gesteld, dat de `inkomende rechten aan lr
den ,,Etat" zullen worden toegestaan, omdat zij nu eenmaal
meenen, dat die Staat zonder zoodanige rechten niet kan l-
blijven bestaan, .en men eene verandering van bestuur aan j
· den Congo onraadzaam acht. Allen schijnen te vreezen, dat l
de ,,Etat" het mandaat der Mogendheden tegen de slavernij
niet zal kunnen uitvoeren, indien Nederland zijne oppositie
tegen de invoerrechten volhoudt. Men tracht dus Nederland
door pressie van allerlei aard tot toegeven te dwingen, ten {
einde de medewerking van den Congo­Staat te behouden. [ _
Te vergeefs is van Nederlandsche zijde met klem van
redenen betoogd, dat de jonge Congo­handel den knellen­
den band van invoerrechten nog niet kan verdragen; dat die
handel voor züne ontwikkeling de vroeger gewaarborgde vrij-
heid behoeft, waarop Nederland dus aanspraak maakt als op
~ een goed recht. Men luistert niet! Wanneer Nederland be-
weert, dat men ter bestrijding van de slavernij met evenveel 1,
succes het geld kan gebruiken, onverschillig óf het langs den
weg van invoerrechten, dan wel langs een anderen weg N
wordt verkregen, buldert de ,,Times", dat de Hollanders T
i hunne zakken willen vullen met de winsten, die de slaven- l
jach oplevert! Als Nederland voorstelt om alléén de invoer l
van schadelijke goederen te belasten, o. a. de spiritualiën i
E l