HomeEen onpartijdig advies in het Congo-vraagstukPagina 16

JPEG (Deze pagina), 721.58 KB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 14.39 MB


14 W
sche Handels­Vennootschap te Rotterdam, gesteund door den
. Minister van Buitenlandsche Zaken, jonkheer van Karnebeek, in
geleid tot intrekking van het gewraakte decreet. Onze wak-
kere kolonisten hadden daarop niet gewacht, maar onbe-
schroomd de geliefkoosde driekleur op den Congo ontplooid.
Te Leopoldville nu gold het op 16 September 1890 niet
het voeren van de vlag van de ,,Association", naast die van
Engeland; maar laatstgenoemde werd eenvoudig neergehaald. _
Mag Engeland zulk een smaad gedoogen?
Waar moet het heen met dergelijke ,,chicanes ?"
De ,,Temps" heeft geestig opgemerkt, dat, uit liefde tot
de zwarten, de blanken elkander gaan verslinden. Daarin is
veel waarheid!
Toen in 1877 de heer Stanley het eerst den Congo af-
voer, vond hü dáár natuurvolken, die nooit een blanke had-
den gezien. Geen barbaarscher toestand was denkbaar dan
die, waarin deze volken verkeerden. Sedert heeft eene kleine
groep Europeanen zich in het hartje van Afrika gewaagd.
Die groep heeft zich uitgebreid. Er werden stations opge-
richt en met groote kosten stoombootjes op de boven­rivier
gebracht. De inboorlingen begonnen de ,,witte mannen" als
vrienden te beschouwen. Zü kregen smaak in den handel; i
de aanraking met hen nam toe. In 1889 was het verkeer op '
den Boven­Congo reeds van beteekenis geworden. Het liet
zich aanzien, dat de hande], aangevuurd door de behaalde
resultaten, zich spoedig krachtig zou ontwikkelen, züne facto-
rijen vermenigvuldigen, het getal stoombooten uitbreiden, de
gemeenschap met de ruwe stammen drukker maken en verle-
s