HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 70

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 7.98 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

- 70 -
met toekenning der bevoegdheid om, ter provinciale griliïe, van haar inzage i
en afschrift te bekomen, schijnt voldoende. j
i
Arti/velen 7-14. Het reclamerecht tegen de lijst is op denzelfden voet
geregeld als dat tegen de kiezerslijst, gelijk dit ook in de bestaande kies-
wet is geschied. De gronden, die voor de thans bij de kiezerslijst voorge­ "
dragene regeling pleiten, gelden ook hier. `
Arii/cel 25. De mogelükheid bestaat thans, dat een gekozene door niet- j
inzending van den geloofsbrief of door het niet afgeven van het in artikel 21 ‘ l
bedoelde bewijs van ontvangst, het in züne macht heeft, om de Kamer
gedurende een aantal jaren uit een kleiner aantal leden samengesteld te
doen zijn, dan de Grondwet vordert. Ofschoon van die macht tot dusver i
nimmer door een tot lid der Staten­Generaal verkozene werd gebruik ge»
maakt, mag de wetgever toch de naleving van een grondwettelijk voor-
schrift niet van de gezindheid van büzondere personen, om het al of niet
te eerbiedigen, afhankelijk doen blijven waar hem een middel ten dienste
staat de nakoming te verzekeren. Door de inzending van den geloofsbrief ,
aan eenen tatalen termijn te binden, na aüoop waarvan de gedane benoeming j
hare kracht verliest, wordt, zooverre mogelijk, gezorgd dat de Kamer {
altijd voltallig zij samengesteld. Dienovereenkomstig is in artikel 25 van
het ontwerp eene bepaling voorgedragen. De fatale termijn is ruim gesteld
met het oog op verblijf in het buitenland of in de Koloniën. *
Arti/cel 27 stemt overeen met artikel 97 der bestaande wet behoudens ·
eene kleine redactieverandering welke, door het niet overnemen der bepaling p
van het tegenwoordig artikel 96, in artikel 27 noodig was. Artikel 96 ‘
der bestaande kieswet kan vervallen daar het lidmaatschap der Eerste ;
Kamer, bij de wet van 12 Augustus 1890 (Slaalslleel n°. 148), is opgenomen j
onder de hooge en gewichtige openbare betrekkingen, welke tot lid der
Eerste Kamer verkiesbaar maken.
TWEEDE HOOFDSTUK.
Van de af_qevearelig¢leri ter Tweede Kamer.
Artikel 29. Van dit artikel bepaalt de derde alinea, dat in elk kies-
district slechts één lid dier Kamer wordt gekozen.
Nu de wetgever, onder instemming van een groot gedeelte der volks-
vertegenwoordiging het stelsel der enkelvoudige kiesdistricten heeft inge-
voerd, de openbare meening zich niet tegen het behoud daarvan verzet en
Gedeputeerde Staten der verschillende provinciën in beginsel voor het behoud
der bestaande verdeeling adviseeren, schijnt het ongeraden, om met dat
stelsel te breken. Hiervan is echter het natuurlijk gevolg, dat ook de vijf
steden, die thans nog veelvoudige districten zijn, in enkelvoudige worden · r
verdeeld. Niet slechts ter eenvormige toepassing van het eenmaal aange-
nomen beginsel is dit noodig, ook de eischen der praktijk gaan het vorderen. r
Het ware toch niet wel verdedigbaar, om in groote gemeenten als Am-, l
K
» à
;