HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 69

JPEG (Deze pagina), 932.19 KB

TIFF (Deze pagina), 8.01 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

Wetsontwerp tot regeling van de benoeming en aftreding der ,
leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten­Generaal.
j Dit wetsontwerp vervangt de Tweede Afdeeling der bestaande kieswet.
1 . De indeeling is geheel dezelfde, ook wat de volgorde der artikelen be-
, treft. Hun inhoud is alleen gewijzigd, voor zooveel noodig was om dien
j in overeenstemming te brengen met het stelsel der voorafgaande wetsont-
« werpen, of om tegemoet te komen aan bezwaren, welke de toepassing der
bestaande voorschriften deed kennen.
EERSTE HOOFDSTUK.
Van de afgeeecmligden ter Eerste Kemer.
Omtrent de benoeming van de afgevaardigden ter Eerste Kamer in het
Q bijzonder, hebben die voorschriften slechts geringe wijziging ondergaan. Zij
wordt hieronder aangegeven en toegelicht.
Arti/cel 1. Daar de benoeming van leden der Staten­Generaal nu in eene
afzonderlijke wet wordt geregeld, is een opzettelijk voorschrift noodig om-
trent de bepaling van het Nederlanderschap.
Arti/cel 4. Daar de heffing van de vermogensbelasting aan de ambtenaren
der registratie en domeinen is opgedragen, worden hier thans ook de ont-
vangers van die belasting tot het doen der opgaven aan Gedeputeerde
Staten verplicht.
Eene vervroegde inzending der belastingopgaven is door sommige pro-
vinciale besturen verzocht, daar de tijd voor het behoorlijk samenstellen
der lijst wat kort is gebleken. Daarom is thans het tijdstip der inzending
va11 die opgaven vervroegd tot 15 Maart. Dienovereenkomstig wordt ook
in de tweede alinea van dit artikel van dienzelfden datum melding gemaakt.
Ten einde den arbeid van het opmaken der lijst eenigszins te verlichten
is, mede naar aanleiding der opmerkingen dienaangaande van sommige
provinciale besturen, in de tweede alinea bepaald, dat de belanghebbenden
opgave hebben te doen van-hunne aanslagen onder een ander kantoor, dan
dat hunner woonplaats en dus niet alleen, zooals artikel 73 der bestaande
wet voorschrijft, van hunne aanslagen in andere provinciën.
Arti/cel 6. De maatregel van orde, die hiermede wordt voorgeschreven,
moet evenals voor de kiezerslijst, voor de lijst van hoogstaangeslagenen
wenschelijk worden geacht. Reeds thans richten de provinciale besturen de
lijst in naar het daarvoor van Regeeringswege vastgesteld model.
lelwtüxelen 7 en 13. Het nut van de plaatsing van de lijst in een dagblad
der provincie, door artikelen 77 en 84 der bestaande wet, boven en behalve
hare plaatsing in de Neclerlemlscáe Sáeetseomrmt gevorderd, is met recht
in twijfel getrokken. Opneming van de lijst in de Nederlcmdseáe Szfeeáseouramf,