HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 65

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

strekt om te voorkomen dat de kiezer, van den lessenaar weggaande, aan
l anderen zoude laten zien, welke keuze door hem is uitgebracht. Daarom ‘
j moet hij ook zonder omwegen van den lessenaar met dichtgevouwen biljet
, teruggaan naar de tafel van het stembureau en wordt hij, onmiddellijk
i nadat de voorzitter zich van de echtheid van het stembiljet heeft over-
· tuigd, tot de stembus toegelaten.
Artikel 61. Ter controle op het aantal stembiljetten dat later in de bus
‘ wordt gevonden, schijnt behoud van het voorschrift, dat de stemopnemers
j. de namen opteekenen der kiezers die een stembriefje in de bus komen
doen, onnoodig. Naast de lijst, waarop de kiezers hun naam stellen, is
ik I eene aanteekening op de kiezerslijst voldoende. Zij strekt tevens tot een
` - middel om dubbele stemming te voorkomen. De aanteekening door het
, stellen van een paraphe geeft meer waarborg dan het Belgische pointeeren.
jj Artikel 62. Vergissing door onbedrevenheid van den kiezer mag er niet
2 toe leiden, dat of eene niet bedoelde keuze wordt uitgebracht, of een kiezer
r van de uitoefening van zijn recht wordt verstoken. Daarom wordt hem de
H bevoegdheid toegekend, in geval van vergissing een nieuw stembiljet te
verzoeken. Het eerst ontvangene wordt dan echter weder terug gegeven, opdat
j daarvan geen verkeerd gebruik worde gemaakt. Om deze zelfde reden wordt het
stembureau verplicht het terugontvangen biljet onbruikbaar te maken. Het
mag echter niet worden vernietigd, daar alle biljetten te verantwoorden zgn.
I Artikel 63. De hier bedoelde bevoegdheid is van een verlof van den
ï* voorzitter afhankelijk gesteld, ter voorkoming van verkeerde praktijken.
Het bijstaan strekt zich uit tot elke handeling, die de kiezer in het kies-
lokaal heeft te verrichten, om tot het uitbrengen van zijn stem te kunnen
. i geraken. Den bijstand kan de kiezer zelf aanwijzen.
Artikel 64 bevat de sanctie op de voorgaande bepalingen. De opvolging
der gegeven voorschriften is noodzakelijk in het belang van den kiezer
, zelven niet minder dan in het algemeen belang. Worden deze voorschriften
A ·‘ niet nageleefd, dan vervalt de zekerheid, dat het stembiljet eene zelfstandige
jl keuze van den kiezer bevat. Het kan dan niet als stem medetellen en mag
, dus niet in de bus worden gestoken.
j Dat verplichting om de niet in de stembus gestoken biljetten terug te ^
geven, noodzakelijk is om het geheim der stemming en de onafhankelijkheid
der kiezers te verzekeren, heeft de ondervinding in België geleerd. Een
kiezer daar te lande verliet het stemlokaal zonder zijn biljet in de bus te
steken; dit biljet werd daarop, voorzien van de aanteekening der can-
didaten, welke men gekozen wenschte, eenen afhankelijken kiezer ter
hand gesteld, die het in de bus wierp en het van het stembureau ont-
vangen biljet voor hetzelfde doel, tevens ter controle dat hij zijn plicht
had gedaan, aan de kiesagenten ter hand stelde. De op het niet teruggeven
if van het stembiljet gestelde straf kan dan ook niet te hoog worden geacht.
De bepalingen van artikelen 127 en 129 van het Vetboek van Strafrecht
blijven natuurlijk voor de aldaar voorziene gevallen gelden.
ej 5
l