HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 6

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 7.93 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

._ 5 ..
de voornamen, de plaats en dagteekening der geboorte en de dagteekening
der naturalisatie, zoo deze heeft plaats gevonden.
De besturen van krankzinnigengestichten vermelden daarbij tevens, of de
bedoelde personen aldaar wegens krankzinnigheid verblijven.
ART. 4. J
De besturen der instellingen van weldadigheid, voorkomende op de lijst,
bedoeld in art. 3 der wet van 28 Juni 1854 (Staatsblad n". 100), doen, ieder
voor zooveel hem aangaat, jaarlijks vóór 21 Januari, aan de besturen der
gemeenten, binnen welke zij onderstand verstrekken, toekomen door hen
gewaarmerkte opgaven van de namen, in alphabetische volgorde gesteld, en ”
· van de voornamen der in de gemeenten wonende mannelijke personen van
drie en twintig jaren of daarboven, die zelf, of wier vrouw of inwonende
kinderen, in het laatst verloopen burgerlijk jaar van hunnentwege onder-
stand hebben genoten.
' De bestuurders van instellingen van weldadigheid, die niet of niet be- `
hoorlijk aan dit voorschrift voldoen, worden gestraft met eene geldboete ‘
van ten hoogste honderd gulden. `
De gemeentebesturen dragen zorg dat vóór 21 Januari eene gelijke op-
gaaf wordt opgemaakt ten aanzien der personen, die van hunnentwege onder-
stand hebben genoten.
Zij dragen tevens zorg, dat de opgaven krachtens de voorgaande zinsneden
van dit artikel door hen ontvangen of opgemaakt, personen betreffende die
van de bevolkingsregisters in de gemeente zijn afgevoerd, zoo spoedig moge- `
lijk worden toegezonden en doorgezonden aan het bestuur der gemeente
waarheen de persoon, wien de opgave betreft, blijkens het bevolkingsregister
· is vertrokken.
Onderstand is elke door het gemeentebestuur of de instelling van wel-
dadigheid verstrekte ondersteuning, in geld of benoodigdheden. Genees- of
heelkundige hulp of geneesmiddelen en het ontvangen van geheel of ten
deele kosteloos onderwijs zijn daaronder niet begrepen.
Aar. 5.
De Minister van Justitie doet jaarlijks vóór 21 Januari aan de gemeente-
­ _ besturen toekomen eene gewaarmerkte opgaaf van de namen in alphabetische
volgorde gesteld, en van de voornamen, met vermelding der plaats en dag-
teekening van geboorte, van de mannelijke personen van drie en twintig
jaren of daarboven, die bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak,
1 de beschikking of het beheer over hunne goederen hebben verloren, of aan
wie bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak, het kiesrecht is ont-
` zegd en voor wie dat verlies of die ontzegging op 15 Januari van hetzelfde
p jaar voortduurde.
’ Eene gelijke opgaaf wordt door den Minister van Justitie gedaan omtrent
de personen, die op 15 Januari van datzelfde jaar onherroepelijk wegens
t misdrijf veroordeeld waren tot een vrijheidsstraf van vier jaar of langer. I
Aar. G. I
, De Ministers van Justitie en van Binnenlandsche Zaken doen, ieder voor ,
{ zooveel hem aangaat, jaarlijks vóór 21 Januari aan de gemeentebesturen {
, toekomen eene gewaarmerkte opgaaf van de namen, in alphabetische volg- t
' . , l