HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 58

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 8.03 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

· . o
g l - 58 -
j ieder en elk wettig bestaand lichaam, tot welks bepaalden werkkring dit
, behoort, toegekend. Met dit uitgebreide recht van beroep kan in het =
j zonder worden gewaakt tegen verkeerde beslissingen van den gemeenteraad,
j waarbij personen op eigen verzoek op de kiezerslijst worden gebracht. De
3 bestaande wet geeft in deze gevallen geen middel tot redres aan de hand.
Herhaaldelijk is het voorgekomen, dat een gemeenteraad, uit onbekendheid
, met de wet, personen op hun verzoek op de kiezerslijst bracht, die daarop
, niet thuis behoorden. Een ieder zal thans tegen zoodanige onjuiste beslis-
singen bij den rechter kunnen opkomen.
l ln de procedure zijn geen veranderingen gebracht dan die een gevolg
_, zijn van de uitbreiding, welke het recht van beroep heeft verkregen. Overi-
ï gens l1ebben de bestaande voorschriften betreffende de procedure in de practijk
tot geen bezwaar aanleiding gegeven.
’ Het is echter wenschelijk geacht de rechterlijke colleges voor het doen
, van uitspraak aan geen kortere termijnen te binden, dan voor de conclusies
van het Openbaar Ministerie voorgeschreven zijn, daar collegiale verrich­ 4
tingen stellig niet minder tijd vorderen dan die, welke aan eenen ambte­ j
,' naar zijn opgedragen. De artikelen 24 en 30 schrijven daarom andere ter-
l mijnen voor, dan in de overeenkomstige artikelen 16, j". 19 en 25 der .
l bestaande wet zijn bepaald. T
Verder is in artikel 26 de bepaling opgenomen, dat partijen bij den
j Hoogen Raad niet gehouden zijn zich van de tusschenkomst van advocaten
( te bedienen, een voorschrift dat een gevolg is der verandering van artikel 406
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. A
_ Artikel 34 maakt niet, zooals artikel 30 der bestaande wet, het aan-
brengen van de door den rechter bevolen wijzigingen afhankelijk van het
vertoon der uitspraken, maar beveelt ambtshalve toezending dier uitspraken
en bepaalt nader de wijze waarop de wijzigingen in de kiezerslijst moeten
_ worden aangebracht. ,_
. TWEEDE HOOFDSTUK. ·
Van het kiezen.
. De groote vermeerdering van het aantal kiesbevoegden stelt aan de
, voorschriften omtrent het kiezen der algemeene en gewestelijke vertegen-
woordigers hoogere eischen. Door nog stelliger bepalingen moet de vrije ~ `
. uiting van den wil der kiezers worden verzekerd, moeten tegen ongeoor-
loofden invloed of dwang afdoende waarborgen worden geschonken en moet
de geheele gang van het verkiezingswerk zoodanig worden omschreven, dat
zonder stoornis en met regelmatigheid op eenvoudige en zekere wijze de
keuzen worden verricht. het vaststellen dier bepalingen kan worden
rekening gehouden met de ervaring, elders opgedaan, waar reeds vroeger ,
een grooter aantal ingezetenen tot de verkiezingen medewerkte en kan dat-
gene worden overgenomen, wat tot het verkrijgen der gewenschte uitkomst
proefhoudend is gebleken. V
,, Arti/wel 36. Beperking van het aantal stemmingen tot de strikt nood- !
lx _
jl.
' ’. I