HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 57

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 8.00 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

- 57 - Q
· binden aan eene bijzondere handeling, zooals onder de bestaande wot aan
‘ · de sluiting van de lijst door den burgemeester, is onnoodig.
Na 15 April kan de lijst alleen door rechterlijke uitspraken, ,,welke
wijziging van de lijst bevelen," en aanteekeningen omtrent schorsing,
_ wijziging ondergaan. Door de aangehaalde woorden is in het bijzonder de
vraag, welke zich ook bij artikel 33 der bestaande wet voordeed, of name-
lijk onder rechterlijke uitspraken ook begrepen zijn die welke van kiesrecht
ontzetten en dergelijke, in ontkennenden zin beantwoord. . i ‘
De laatste alinea van het artikel strekt om den burgemeester der ge-
meente die hoofdplaats is van het kiesdistrict, in staat te stellen tot de
beoordeeling, of de opgaven van candidaten volgens artikel 36 zijn onder-
teekend door personen, bevoegd aan de verkiezing deel te nemen. Tevens
verkrijgt bedoelde burgemeester daardoor de noodige gegevens voor de
uitvoering van artikel 53. '
Artikel 20. Het reclamerecht bij den gemeenteraad tegen de schorsing
van, het kiesrecht kan, uit den aard der zaak, daar het niet de kies- _
` bevoegdheid zelve betreft, eenvoudiger worden geregeld. Het gemeente-
bestuur stelt de aanteekeningen op grond van de krachtens artikel 9 ont-
vangen opgaven. Na de vaststelling van de herziene lijst worden zij zoowel
op deze, als op de van kracht zijnde kiezersläst gesteld. De aanteekening
op de van kracht zijnde lijst doet de schorsing of de herkrijging der be-
voegdheid dadelijk ingaan; doch de belanghebbende, die zich door de
schorsing bezwaard acht, kan bij den gemeenteraad herstel verzoeken. De
. beslissing van den gemeenteraad wordt, zoo de reclame gegrond is bevonden, H
_ zoowel op de van kracht zijnde kiezerslijst als op de ontworpen lijst aan-
geteekend. De zorg dat geen onjuiste aanteekeningen worden gesteld, schijnt
veilig aan den belanghebbende zelf te kunnen worden overgelaten; te
,, eerder daar, zoo de onjuistheid in de aan het gemeentebestuur verstrekte
opgaven schuilt, ook ambtshalve, door eene opgave, dat de betrokken per- "
soon zich niet of niet meer in werkelijken dienst onder de wapenen bevindt,
de fout kan worden goed gemaakt.
Arti/celen 21-35. Beroep op de rechterlijke macht van de beslissingen
van den gemeenteraad, ofschoon thans door de Grondwet niet meer gevorderd,
dient te worden behouden. BQ de regeling der administratieve rechtsspraak
zal te overwegen zün, of een ander rechterlijk gezag dan de burgerlijke _
rechter van deze zaken behoort kennis te nemen. Dat bij eenig reehtscol-
lege ook in het vervolg de beslissing over de kiesbevoegdheid in laatste
instantie moet berusten, zal wel geen tegenspraak ontmoeten. Omtrent onder-
stand, omtrent verlies van beschikking of beheer over eigen goederen,
omtrent onvermogen tot betaling van belasting, omtrent het zich in werke-
lijken dienst onder de wapenen bevinden en omtrent andere rechtsfeiten,
zal allicht meer dan eene beslissing worden gevraagd en een vaste juris-
prudentie stellig gewenscht wezen.
De tusschenkomst van den rechter bepaalt zich tot kennisneming der
beslissingen van den gemeenteraad. Tegen de lijst zelve is het reclamerecht
met den 15d@¤ April gesloten. Het beroep op den rechter is ook hier aan