HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 56

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 8.00 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

Y
j - 56 -­
i Artikel 15. Het reolamerecht tegen de kiezerslijst ware, betrof het slechts .
Z de handhaving der rechten van bijzondere personen, alleen aan de belang- ~ _
j hebbenden, ieder voor zijn aanspraken, toe te kennen. Reeds de bestaande
E kieswet neemt echter dit standpunt niet in en laat toe, dat tegen en voor
T het kiesrecht van anderen worde opgekomen. Daarmede is uitdrukking ge-
· geven aan de publiekrechtelijke beteekenis der plaatsing op de kiezerslijst. i
Doch de wüze waarop de bestaande wet deze zaak heeft geregeld, doet
1 het algemeen belang, dat bij eene deugdelijke samenstelling der kiezerslijst
is betrokken, niet geheel tot zijn recht komen. Beperking tot de inwoners
j van het kiesdistrict is slechts op utiliteitsgronden verdedigbaar. De tegen-
1 woordige regeling der procedure, waarmede iemands kiesbevoegdheid door
" een derde wordt betwist, geeft den schijn alsof daarbij alleen belangen der
partijen waren betrokken. En het verzoek om plaatsing op de kiezerslijst
wordt te zeer geregeld uit het oogpunt van de bijzondere belangen, die
. er door worden behartigd.
Deze beperkingen zijn niet wel te behouden. Het reclamereeht tegen de
samenstelling der kiezerslijst is een staatkundig recht. Het is de erkenning
van aller belang bij de juiste toedeeling der kiesbevoegdheid. Het recht ‘
t om verbetering van de kiezerslijst te vragen of tegen een daartoe strekkend
i · verzoek in verzet te komen, behoort daarom, evenals het in de Grondwet
l gewaarborgde recht van petitie, te worden toegekend aan een ieder en elk
g wettig bestaand lichaam tot welks bepaalden werkkring het behoort. Behalve
,, bijzondere personen zullen dus ook staatkundige vereenigingen, met name
t de kiesvereenigingen, zich aan den inhoud der kiezerslijsten kunnen laten
. gelegen liggen. En niet het minst van haar is contröle te verwachten, dat
de lijst zooveel mogelijk materieele waarheid bevatte. "
Artikel 17. Uit de bevoegdheid, om tegen de kiezerslijst op te komen,
vloeit van zelf het recht voort om verzoeken tot verbetering der lijst tegen è
te spreken. Hiervoor is het noodzakelijk dat ook de verzoeken om ver-
betering van de ontworpen kiezerslijst worden ter inzage gelegd en ver-
krijgbaar gesteld.
Artikel 18. Beteekening der beslissingen van den gemeenteraad is niet
, noodig te achten. De kosten, daaraan verbonden, zouden allicht van het
V inbrengen van rechtmatige reclames afsvhrikken. In de bepaling van artikel
35, tweede alinea, ligt voldoende waarborg voor eene richtige bezorging
der mededeelingen en kennisgevingen. Op afschatling der in de bestaande
wet voorgeschreven beteekening is ook door onderscheidene gemeentebesturen
’ aangedrongen. i
Dit en de voorgaande artikelen bepalen vaste termijnen, met voor alle
gemeenten gelijke dagteekeningen, zoodat niet, gelijk onder de bestaande
wet, de uitoefening van het reclame­recht zich in de verschillende ge-
meenten naar termijnen met verschillende tijdstippen regelt.
Artikel 19. Met 15 April, dat is nadat de gemeenteraad omtrent de
verzoeken om verbetering van de kiezerslijst uitspraak heeft gedaan, wordt
deze lijst, op grond der wet, van kracht. Dit van kracht worden te ver-
l.
l« -